user_mobilelogo

Van het einde van de negentiende eeuw tot in het begin van de twintigste eeuw bezoekt een aantal schilders het afgelegen. dorpje Elspeet om er naar de natuur te schetsen, te tekenen of te schilderen. De heidevelden met schaapherders, schaapskudden en schaapskooien en de op het land werkende mens met paard of os en de houtakkers in de uitgestrekte bossen zijn inspiratiebronnen voor deze schilders. De meesten van deze schilders zoeken een onderdak bij pension Mouw, of bij hotel Bossenbroek. Voor de winter vertrekken ze weer naar hun riante onderkomens met ruime ateliers in Den Haag of elders.
Slechts twee schilderessen zijn dertig tot veertig jaar `echte' inwoonsters van Elspeet geweest. De twee heel bijzondere vrouwen, die het zolang uithouden in deze kleine dorpsgemeenschap zijn: Jonkvrouw E.H.J. van Eysinga en Miss Blanche Douglas Hamilton. In de volksmond respectievelijk aangeduid als 'de freule' en 'de juffer'.
Miss Blanche Douglas Hamilton Bij de Elspeetse bevolking zal de komst van kunstenaars, van vakantiegangers en van deftige families, die op de mooiste plekjes van het dorp hun villa's laten bouwen, geen al te grote consternatie hebben gewekt. De strijd om het bestaan vraagt de eerste en meeste aandacht!
De eerste kunstenaars en vakantiegangers zullen wel enig opzien gebaard hebben, maar ze leven en leiden een bestaan `ver van hun bed' onder het dak van hotel De Zwaan en het nieuwgebouwde hotel Bossenbroek. De `nieuwelingen' worden door de bevolking meer gezien als tijdelijke gasten dan als echte inwoners en men is al spoedig gewend aan de converserende, etende, theedrinkende en soms feestvierende gasten rondom de brink, onder de veranda's van 'De Zwaan' en `Bossenbroek'.
De nieuwkomers veroorzaken in elk geval geen sociale omwenteling in het dorp, wat ze in Laren bijvoorbeeld wel doen.
In Elspeet vindt men niets van dit alles: geen jacht op ruime kamers of woningen met atelierruimten met moeders of dochters als levende en direct beschikbare modellen! Er is ook geen concurrentieslag tussen binnen- en buitenlandse kunsthandelaren om de meest begeerde stukken in bezit te krijgen. Hoogstens komen er enkele kunsthandelaren, vlak voor de schilders naar hun winterverblijf in de stad verdwijnen, `Bossenbroek' en andere onderkomens bezoeken, om er een keuze te maken uit de daar uitgestalde schilderstukken. Misschien dat de ratelende brikjes met koetsier, die mensen van het station Nunspeet afhalen of er naar toe brengen en de melkrijder, die behalve zijn rammelende melkbussen stapels koffers en fietsen vervoert, de werkers in het veld even doen opkijken, maar niemand verwondert zich in de zomermaanden nog over het komen en gaan van bezoekers en hun pakkages.
Misschien heeft de Elspeetse bevolking wel even vreemd opgekeken toen in 1896 of 1897 een ruim veertigjarige ongetrouwde Engelse dame zich als kunstenares `blijvend' in het dorp komt vestigen. De naam van de Engelse mevrouw kunnen de Elspeters lastig uitspreken en daarom noemen ze haar gemakshalve: de `Engelse juffer' of ook wel gewoon: 'de juffer'. Hoe deze tekenares en schilderes in Elspeet terecht is gekomen, is niet te achterhalen. Ze wordt ambtshalve ingeschreven in het bevolkingsregister van Nunspeet als Miss Blanche Douglas Hamilton, geboren in Londen op 25 december 1853. Jammer genoeg zijn in het register datum en jaar van inschrijving niet vermeld.
In de kunsthistorische literatuur heb ik (K. Roodenburg) niets over haar kunnen vinden en in de Nederlandse schilderslexicons komt haar naam niet voor. Zo blijft voorlopig als enige informatiebron de familie W. Mouw uit Elspeet over, in het bijzonder Mevr. Geertje Mouw- Wieberdink, die een uitstekend geheugen heeft en zich door de familie van haar man's kant goed op de hoogte heeft kunnen stellen van het leven van deze schilderes die ze zelf nauwelijks heeft gekend. Verder heeft ze uit de nalatenschap van de schilderes een aantal brieven, foto's en schilderijen in haar bezit en weet ze waar ander werk van de schilderes nog te vinden is. De familie Mouw woont omstreeks de eeuwwisseling op het adres R-4 te Elspeet. Geertje Mouw weet zeker dat 'de Engelse juffer' haar eerste onderdak in Elspeet vindt bij haar grootmoeder Petertje Mouw, R-4 te Elspeet. Hoe de schilderes met Petertje Mouw in contact is gekomen, is niet bekend.
Het gezin Mouw Willem Mouw, geboren op 26 augustus 1845, trouwt met Petertje Mouw, geboren op 20 oktober 1855. Ze gaan wonen te Elspeet op het adres R-4. Willem Mouw overlijdt op 5 januari 1890. Petertje Mouw-Mouw wordt dan hoofd van het gezin. Ze zet met haar zeven kinderen het landbouwbedrijf voort. De zeven kinderen van Willem en Petertje Mouw zijn: Dirk, geb. 11 juli 1877; Gerrit, geb. 23 september 1878; Maria, geb. 9 september 1880; Jacobje, geb. 31 augustus 1882; Kornelis, geb. 4 september 1884; Willem, geb. 6 februari 1887 en Willempje, geb. 1 oktober 1890. Tenslotte is er volgens het bevolkingsregister van Nunspeet nog een broer van Petertje Mouw in huis: oom Aart Mouw, geboren op 19 september 1853 en weduwnaar. Op 6 mei 1921 vertrekt hij naar Dirk Davelaar te Uddel.
Van de zeven kinderen gaan alleen Dirk en Kornelis later trouwen, de rest blijft vrijgezel. Jacobje en Willempje vertrekken respectievelijk in 1913 en 1926 naar Apeldoorn. Als op 1 juni 1925 Petertje Mouw-Mouw overlijdt, blijven op de boerderij achter: Gerrit, Maria en Willem Mouw. Gerrit Mouw wordt hoofd van het gezin.
Weduwe Petertje Mouw verhuurt aan de Engelse dame een woonkamer en twee slaapkamertjes. De woonkamer is een hoekkamer met mooi invallend licht. Hoewel het woonhuis en de boerderij verschillende keren zijn verbouwd, is de woonkamer van de schilderes nagenoeg intact gebleven. Het opklapbare schrijfbureau is vervangen door een mobiel meubel, maar de drie originele handgesneden planken van 'de juffer' hangen nog op hun oude plaats in de kamer. Deze kamer is nu de woonkamer van de zoon van Kornelis Mouw, W. Mouw en zijn echtgenote Geertje Mouw-Wieberdink. Geertje is vooral de `tipgeefster' voor dit verhaal geweest. `De juffer' krijgt bij de familie Mouw kost en inwoning. Dochter Maria Mouw wordt haar hulp en op den duur een van haar beste vriendinnen.
Bakker schrijft in zijn typoscript: "Waarschijnlijk heeft Miss Blanche Hamilton al gauw een beetje Nederlands kunnen spreken, anders hadden de Elspeters haar nooit kunnen begrijpen. Later sprak zij ook uitstekend in Elspeter dialect. En voor de rest zal zij een figuur zijn geweest, die zich onder de Elspeters goed thuis voelde, want zij kon er uitstekend mee overweg. Mijn grootmoeder, die aan de Stakenbergerweg woonde, sprak dikwijls over haar. De `Engelse juffer' had dit gezegd of dat gedaan, maar altijd sprak zij over haar op een waarderende toon." Verder krijgt zij bekendheid om de `medische adviezen', die zij aan de bevolking probeert kwijt te raken! Ze is een voorstander van een `natuurlijke' geneeswijze.

Het Olde Huus te Elspeet met rechts onder de glazen dakbedekking het atelier van Miss Blanche Douglas Hamilton. Herkomst foto: Fotoarchief gemeente Nunspeet.
Omdat de woonkamer van Miss Hamilton eigenlijk te klein is om ook als atelier te worden gebruikt, kijkt ze uit naar een grotere werkruimte. Ze vindt deze in 'Het Olde Huus', een grote, oude boerderij gelegen tegenover de woning van Peet Mouw. 'Het Olde Huus' wordt door twee gezinnen bewoond. In het noordelijke deel huist 'dove Jouke' met een paar zusters. Als de zusters overleden zijn en `dove Jouke' zijn geiten opruimt, is 'de juffer' in de gelegenheid dit noordelijk deel van `Het Olde Huus' te kopen. Ze laat de oude woonruimte annex geitestal verbouwen tot een atelier. Het hellende met riet bedekte dak aan de noordzijde, laat zij voor een deel vervangen door glas, waardoor ze prachtig van bovenaf invallend licht (`noorderliche) binnen krijgt. Dit atelier zal ze al spoedig na haar komst in Elspeet hebben gekocht. Het jaar van aankoop is niet bekend, maar Miss Hamilton is in elk geval na verloop van tijd de gelukkige bezitster van woon- en slaapkamers in `Huize Mouw' en een atelier in het tegenovergelegen `Olde Huus'.
`De juffer' is kind aan huis bij de familie Mouw. Ze vindt er behalve `kost en inwoning', de gezelligheid van de familie Mouw en de altijd voor haar klaarstaande Maria, in de huiselijke kring `Mie' genoemd. Mie zorgt voor de bereiding en het opdienen van de maaltijden voor 'de juffer', voor het schoonhouden van haar kamers en voor allerlei andere werkzaamheden. Op zonnige dagen krijgt 'de juffer' haar kopje thee in het theekoepeltje, dat in de tuin voor haar kamers is geplaatst. Het is een karakteristiek tuinhuisje, dat is vervaardigd van lange heistruiken. Een oude rietdekker heeft het huisje verschillende malen opgeknapt. Het tuinhuisje staat er nog als aandenken aan 'de juffer', maar is nu vervaardigd van hout.
Miss Hamilton voelde zich erg thuis in Elspeet al was zij het met de mentaliteit van de Elspeeters niet geheel eens. Ze vond namelijk, dat de mensen een beetje star en eigenwijs waren, niet naar goede raad wilden luisteren en nooit tijdig naar een dokter wilden in geval van ziekte.
`De juffer' maakt tijdens haar langdurig verblijf in Elspeet alle veranderingen in het dorpje mee. De kinderen Mouw trouwen en zwermen uit. Uiteindelijk wordt de boerderij alleen nog bewoond door Miss Hamilton, haar hulp en vriendin Mie en twee ongetrouwde broers: Willem, de schaapherder en Gerrit, de Boer. Intussen heeft ook 'de rijkdom' Elspeet ontdekt. De rijken en machtigen in deze wereld hebben altijd en overal de `mooiste plekjes' ingepikt. Daarop vormt Elspeet geen uitzondering.
In 'De Lage Hof, gelegen naast 'Het Olde Huus' gaat mej. Reijnvaan wonen. Een vermogende dame, die als een van de eersten in Elspeet een auto aanschaft en Hendrik Vlijm als haar chauffeur aanstelt. Haar personeel bestaat verder uit een aantal dienstmeisjes en een dame voor gezelschap: mejuffrouw Cornelia Johanna Tilanus (1861-1956). Mej. Tilanus heeft een kunstzinnige opleiding gehad. Ze doet mee aan exposities van 'De Onafhankelijken' maar ze verkoopt zelden iets. Haar zuster Liede Tilanus werkt enige tijd in Elspeet als onderwijzeres op de school bij meester Berend Dijkgraaf. Ze trouwt met de kunstenaar Michiel Duco Crop (1863-1901). Na diens overlijden hertrouwt ze met de bekende Amsterdamse sierkunstenaar Johannes EisenMel (1876-1957). Tijdens de oorlog 1940-1945 woont het echtpaar lange tijd in het atelier van Cornelia in Elspeet.
Er schijnt nagenoeg geen contact te hebben bestaan tussen juffrouw Reijnvaan, met haar schilderende gezelschapsdame Tilanus, en de schilderes en tekenares Miss Blanche Douglas Hamilton. Mej. Reijnvaan verdwijnt als buurvrouw als ze aan de Stakenbergweg een villa laat bouwen: De Feythahof. Mej. Tilanus, die jarenlang haar gezelschapsdame blijft, erft later 'De Lage Hof'. In de nieuwbouw van Elspeet is tegenwoordig een woonerf, dat Reijnvaanerf heet: Mej. Reijnvaan is de oorspronkelijke eigenares van de bouwgrond geweest.

Vriendschappen Behalve een wederzijdse genegenheid tussen 'de juffer' en een groot deel van de Elspeetse bevolking zijn er enkele bijzondere vriendschappen te noemen. Als de schilderes Jonkvrouw Irma van Eysinga (`de freule') zich in 1915-1916 definitief in Elspeet vestigt, eerst aan de Krommeweg en daarna in de door heide en graanvelden omringde villa Sterrenhoveke, ontstaat er al spoedig een innige vriendschap tussen 'de juffer' en 'de freule'. De `freule', die vergezeld wordt door haar moeder, is niet ingeschreven in het bevolkingsregister van Nunspeet. Zij blijven dus blijkbaar inwoners van Den Haag en brengen alleen de zomers in Elspeet door. Bij de vriendschap tussen de beide schilderessen worden ook betrokken Liesbet Verweij, sinds ongeveer 1921 de gezelschapsdame van 'de freule' en Marie Mouw, de hulp en hartsvriendin van `de juffer'. Jonkvrouw E.H.J. van Eysinga schildert een Portret van Blanche Douglas Hamilton, olieverf op paneel, gesigneerd met J. van Eysinga en met het opschrift 'Blanche Douglas Hamilton'. Dit schilderij is nu in het bezit van Teylers Museum te Haarlem. Ze maakt omstreeks 1920 ook een Portret van Maria Mouw met knipmuts. Dit portret is in het bezit van de heer D. Bakker te Vaassen.

Miss Hamilton is in hoofdzaak tekenares. Bij mooi weer tekent ze buiten. Veel van haar tekeningen hebben Elspeet als onderwerp: Elspeetse boerderijen met schaapskooien en kudden schapen, Elspeetse kinderen, Elspeetse vrouwen in klederdracht, wolspinnend of bezig bij de waterpomp, interieurs met 'de heerd' enz. Het zijn overwegend realistische tekeningen: leuke herkenbare plaatjes. In het boek van D. Bakker staan enkele van haar Elspeetse tekeningen afgebeeld. Als Miss Hamilton op 19 mei 1921 haar testament laat maken, wordt daarin haar atelier gelegateerd aan Maria Mouw en de tekeningen die ze in haar bezit heeft, gaan bij haar overlijden naar haar kunstvriendin Jonkvrouw E.H.J. van Eysinga (1924). In 1959 legateert Jonkvrouw Van Eysinga 239 tekeningen van Blanche Douglas Hamilton aan Teylers Museum te Haarlem. Eveneens het hierboven genoemde olieverfschilderij: Portret van Blanche Douglas Hamilton.

Bron: Kunstenaars op de Veluwe 1880 – 1980 door K. Roodenburg

Wie is online?

We hebben 345 gasten en geen leden online