user_mobilelogo

Inmiddels zijn de ontvreemde grafborden weer in ere hersteld. Op een mooie zaterdag in september heeft het team ElspeetHistorie met een aantal vrijwilligers de grafborden teruggezet op de begraafplaats. De gemeente Nunspeet heeft de houten palen ter beschikking gesteld.

In de gevonden grafborden was ook een grafbord aanwezig van onbekende herkomst. Dit betrof een wat zwaarder bord van koper van een familiegraf. Inmiddels zijn de nabestaanden achterhaald.
De nabestaanden zijn bijzonder blij dat het gestolen bord van het graf van opa en oma weer terecht is.
Hieronder een stukje uit hun mail:

Wat een verrassing! Ik was ervan overtuigd dat dieven het bord gesmolten zouden hebben. Het bord is gestolen van de algemene begraafplaats in Deventer aan de Raalterweg. Dit bord moet zijn gestolen tussen 15-20 jaar (of nog langer) geleden. Het betreft mijn grootouders en het graf is er nog steeds!

grafbord    Opa Opa en Oma Schekman jan   Familiegraf GJ Schekman

Op bovenstaande foto's ziet u het familiegraf en Opa en Oma Schekman, en het teruggevonden grafbord.

Binnenkort zal het grafbord in overleg met de familie terug geplaatst worden in Deventer.

Als team ElspeetHistorie hebben we al diverse malen aandacht gevraagd voor het feit dat grafmonumenten verdwijnen van de Algemene Begraafplaats te Elspeet. Dat blijkt te kloppen. Bij een schuuropruiming zijn 20 grafborden afkomstig van de Algemene Begraafplaats te Elspeet gevonden. Deze zijn anoniem afgegeven bij gemeente Heerde. Het team ElspeetHistorie heeft de borden inmiddels onderzocht en 20 borden blijken van de Algemene Begraafplaats te Elspeet te komen. Slechts 1 stuks komt elders vandaan, contact met nabestaanden proberen we te leggen. De borden afkomstig van Algemene Begraafplaats te Elspeet zal het team ElspeetHistorie i.o.m. gemeente Nunspeet terugplaatsen. De planning is dit uit te voeren op open monumentendag 2017 zaterdag 9 september.

  
01/22 
start stop bwd fwd

 

Klasse GRAF NR JAAR Foto's Naam Begraafdatum 2e naam Geboren Overleden Bijzonderheden
EG 0 1887 Foto Jan Drost (niet in grafregister)     21-8-1838 26-3-1887 echtg. v. Neeltje Klaassen (1844-1911, graf II 82), 48 jr, (locatie graf o.b.v. interview)
EG 9 1908 Foto Ph. H. Veldhorst 3-4-1908 Philippina Hendrika Veldhorst 7-1-1849 30-3-1908 vr. v. Hendrik van der Horst (EG 9, als echtpaar begr.), kind Alijda Joh. (1888) graf II 1,58 jr.
EG 9 1911 Foto H. van der Horst 14-6-1911 Hendrik van der Horst 20-3-1842 9-6-1911 69 jr, echtgen. v. Phillippina Hend. Veldhorst (1849-1908, EG 9), als echtp. begr., kind Alijda Joh. (1888) graf II 1
I 18 1908 Foto Maria Mouw 3-3-1908   22-6-1826 27-2-1908 wed. v. Jansen Mouw (1816-1869), moeder v. Petertje Mouw (1854-1899, graf III 224), 81 jr.
I 27 1919 Foto Jannetje Spek 1-7-1919   7-10-1840 6/27/1919  
I 28 1920 Foto R. Smink 18-9-1920 Rein Smiek 23-8-1890 15-9-1920 30 jr.
I 39 1926 Foto C. Mouw 31-12-1926 Kornelis Mouw 21-10-1863 16-12-1926 zoon van Rein Mouw (1835-1906, graf I14) en Aaltje Mouw (1831-1900, graf I 11), 63 jr.
I 40 1927 Foto H. v. de Bosch 24-1-1927 Hendrikus van den Bosch 21-2-1851 20-1-1927 wedn. v. Willempje Berghuis (1860-1906, graf II 56), 75 jr.
II 59 1906 Foto Willemtje Berghuis 24-3-1906   2-2-1860 21-3-1906 huisvr. v. Hendrikus van den Bosch (1851-1927, graf I 40), 46 jr.
II 78 1912 Foto Jan Karel Heerdink 21-5-1912 Jan Karel Heerdink 6-9-1849 16-5-1912 echtg. v. Petertje Schut (1859_1942), 62 jr.
II 82 1913 Foto Neeltje Klaassen 13-11-1913   16-10-1844 9-11-1911 wed. v. Jan Drost (1838-1887, EG 0, voor grafregister tijdperk), 69 jr.
II 151 1926 Foto Fr. Frens 12-11-1926 Frederik Frens 4-9-1876 6-11-1926 echtgen. v. Hendrikje Mulder (1879-1957), 50 jr.
II 204 1933 Foto Berghuis, geb. Berghuis, Aartje 31-7-1933 Aartje Berghuis 21-10-1861 27-7-1933 echtgen. v. Frank Berghuis (1851-1939), 71 jr.
II 215 1935 Foto Boone, Berend 8-2-1935 Berend Boone 1-3-1855 4-2-1935 echtgen. v. Jannetje Mulder (1865-1945), 79 jr.
II 159a 1927 Foto LL. agg. kind v. H. Mulder 1-9-1927 moet zijn LL. kind v. Kornelis van de Steeg   29-8-1927 LL. kind v. Kornelis van de Steeg en Hendrikje Mulder
II 159b 1927 Foto H. Mulder 1-9-1927 Hendrikje Mulder (ontbreekt in grafregister)   29-8-1927 Hendrikje Mulder wellicht samen met levenloos kind NN. Mulder begraven (ontbreekt in grafregister, LL. kind echter ingeschreven onder naam moeder)
III 774 1931 Foto Nummerdor, Dreesje 23-5-1931 Dreesje Nummerdor 27-05-1871 19-5-1931 partner v. Evert Dibbets, tweeling Hendrik en Renger (1908 in graf IV 46), 59 jr.
III 906b 1945 Foto Mouw, Peetje (wed. v. S. Beernink) 10-1-1945 Peetje Mouw 2-2-1859 6-1-1945 wed. v. 1. Jan Hendriks (1854-1898) 2. S. Beernink 1863-1929), 85 jr.
I 62 1945 Foto NN van Meulen     4/16/1945 4/16/1945 Zoontje
III 13 1900 Foto Andries Verhoef 2/5/1944     2/2/1944 10 jr.
III 233 1945 Foto Jannetje Mulder 4/14/1945   13-3-1865 4/11/1945 80 jr.

 

Hoewel we blij zijn dat 20 grafborden teruggevonden zijn blijft het jammer dat er nog meerdere grafmonumenten missen. Dit betreft een aantal unieke grafmonumenten zoals de twee oudst bekende grafstenen. Zoals de grafsteen van Maria Schouten, overleden op 25 augustus 1869. En de grafsteen van Jannetje Hop, overleden 22 juni 1878.
We hopen dat ook deze grafmonumenten weer op de plaats komen waar ze horen!

image1     image2

  Jannetje Hop                                          Maria Schouten

 

Hier vindt u het document "Begraven in Elspeet van toen tot nu".

U kunt deze HIER DOWNLOADEN.

Het document is vrij van rechten, maar bronvermelding word op prijs gesteld.

 

Het onderzoek op de begraafplaats is begonnen vanwege de zoektocht naar onze overgrootmoeder Teunisje de Bruin - Bonhof. Zij heeft geleefd van 1872 tot 1910. Wij zochten het graf van onze overgrootmoeder omdat onze moeder graag wilde weten waar haar oma begraven lag. Zij is naar haar vernoemd en heeft om deze reden een extra band met haar oma die zij nooit bij leven gekend heeft. Onze moeder Teunisje Westerbroek - Lokhorst is het in achterliggende jaren niet gelukt het graf van haar oma te vinden. Ook haar moeder Johanna Lokhorst - de Bruin (1907-1999) wist niet waar haar moeder begraven lag.

Voor de duidelijkheid:
Onze moeder Teunisje Westerbroek - Lokhorst is geboren in 1940.
Onze oma Johanna Lokhorst  - de Bruin leefde van 1907-1999 (was gehuwd met Gerrit Lokhorst 1907-1995).
Onze overgrootmoeder Teunisje de Bruin - Bonhof leefde van 1872-1910 (was gehuwd met Kornelis de Bruin 1862-1939).

Het lijkt niet zo moeilijk dergelijke informatie uit de gemeentelijke archieven te bemachtigen. Daarom hebben we aangegeven dat wij dit wel zullen achterhalen.

Bij contact met gemeente Nunspeet over de locatie van het graf van Teunisje de Bruin - Bonhof word je verwezen naar het streekarchivariaat. Daar worden immers de oude grafregisters bewaard.
Inderdaad zijn de grafregisters bij het streekarchivariaat in te zien. Maar welk register  moet je dan hebben?
De keus is beperkt, dus het is mogelijk alle grafregisters te doorzoeken tot je gevonden hebt wat je zoekt. In ons geval betrof het graf van Teunisje de Bruin - Bonhof een derde klas graf met nummer 453. Dit wordt aangegeven met III-453.


1Deel grafregister 1910 met Teunisje Bonhof vrouw v. K. de Bruin als nummer 29, begraven op 19 november 1910 in 3e klas graf met nummer 453.

Met dit nummer zijn we naar de begraafplaats gegaan. Aangekomen op de dodenakker begon de zoektocht naar graf III-453. Dit blijkt een heel moeilijke opgave. Zo dien je eerst op te zoeken waar de 3e klas toen begraven werd. Vervolgens dient het grafnummer opgezocht te worden. Dat blijkt in de praktijk bijna onmogelijk te zijn. De grafnummers staan op de oudere gedeelten niet op volgorde maar voor je gevoel willekeurig door elkaar heen. Bovendien zijn veel grafnummers onleesbaar door begroeiing of verzakking. In de praktijk bleek het regelmatig nodig om gewapend met een klein schepje en bezempje de grafnummers stuk voor stuk te ontcijferen. Na ruim 500 grafnummers bekeken te hebben was het juiste graf nog niet gevonden.

2Grafnummer III-453.Toen  viel het besluit om het grondiger aan te pakken:  inventariseren van de grafnummers. Na 1000 nummers geïnventariseerd te hebben was het nummer III-453 nog niet gevonden.
Omdat het nummer ogenschijnlijk niet aanwezig was hebben we de inventarisatie uitgebreid naar de jaartallen van begraven. Dit om te kunnen zoeken op basis van het begraven per jaar. Op deze wijze is het mogelijk vast te stellen in welke volgorde werd begraven en wat dan de vermoedelijke plaats zou kunnen zijn van het graf dat je zoekt. Hierbij is ook in kaart gebracht wie waar ligt begraven.

Uiteindelijk is het graf van Teunisje de Bruin - Bonhof vastgesteld op basis van een met verf aangebrachte nummering. Deze nummering was nog heel summier leesbaar.

Het blijkt dat in het jaar 1910 een serie gietijzeren grafnummers is gebruikt die verkeerde grafnummers bevatte. Op de foto is te zien dat het grafnummer 354 betreft. Dit foutieve nummer is onleesbaar gemaakt met een soort cement. Eronder is met zinkkleurige verf het nummer 453 aangebracht.

Met het moment dat het graf gevonden is, komt ook het besef dat lang niet iedereen de mogelijkheid heeft een dergelijke zoektocht te ondernemen. Bovendien verdwijnen in de loop der tijd meer en meer gegevens waardoor een dergelijke zoektocht steeds meer onmogelijk wordt. We besloten de opgedane informatie voor de toekomst vast te leggen. De Algemene Begraafplaats in Elspeet bevat een schat aan genealogische en cultuurhistorische informatie waar wij, als huidige generatie, in de loop van de geschiedenis slechts een beperkte tijd voor mogen zorgen.
Om de verzamelde informatie voor een breed publiek te ontsluiten publiceren we deze op internet.
De beschikbare informatie van de begraafplaats is inmiddels beschikbaar op de website www.elspeethistorie.nl . Het blijft triest dat onze oma Johanna Lokhorst – de Bruin (1907-1999) nooit geweten heeft waar haar moeder Teunisje de Bruin – Bonhof (1872-1910) begraven lag.

Dergelijke gevallen komen in de omgeving vaker voor. In de praktijk blijkt de informatie over het oudste deel van de begraafplaats in een behoefte te voorzien. Regelmatig worden vragen gesteld die in een aantal gevallen ook afdoende beantwoord kunnen worden. Het betreffen echter ook regelmatig vragen over delen van de begraafplaats die nog niet in kaart zijn gebracht.

Om ook in deze behoefte te voorzien is besloten de inventarisatie verder uit te breiden. Gelijktijdig is besloten in kaart te brengen hoe het kan dat deze informatie niet voor een breder publiek toegankelijk is. Daarom is de geschiedenis rondom begraven in Elspeet in kaart gebracht. Het resultaat ligt voor u in de vorm van het rapport “begraven in Elspeet, van toen tot nu”.

 

Geschiedenis van het begraven
We hebben geprobeerd de geschiedenis van het begraven in Elspeet in kaart te brengen omdat die letterlijk “op het kerkhof ligt”. Kennis hiervan biedt aansluiting met de huidige samenleving die haar wortels in het rijke verleden heeft liggen.
Van de informatie die er in het verleden is geweest, is helaas veel verloren gegaan. Dergelijke hiaten vormen een belemmering om een totaalbeeld op te bouwen. Om toch een min of meer sluitend geheel te creëren wordt soms gebruik gemaakt van algemene informatie verkregen uit andere plaatsen. Daarbij zijn wij van de veronderstelling uitgegaan dat zaken die in het verleden algemeen gangbaar waren in de omliggende plaatsen ook in Elspeet gebruikelijk waren.


Doelstelling inventarisatie
De bedoeling van de inventarisatie van de Algemene Begraafplaats in Elspeet is het verlenen van een maatschappelijke dienst. Er zijn veel mensen die niet meer weten waar hun voorouders en vroegere verwanten begraven liggen. Op deze wijze hopen we de beschikbare informatie voor een breed publiek op een gemakkelijk toegankelijke wijze te ontsluiten.
Daarnaast willen we helpen de begraafplaats in stand te houden door de kennis hierover te vergroten. Dit met het doel dat we zuinig zijn op wat we nog hebben. In een aantal gevallen zullen we ook beschrijven wat verloren is gegaan. Dat is jammer, omdat toekomstige generaties er geen kennis meer van kunnen nemen.
Tenslotte willen we respectvol met de graven omgaan. Vooral bij de oudere graven wordt de tekst van grafmonumenten onleesbaar of raakt het grafmonument zelf in verval. Het betreft vaak heel persoonlijke informatie die niet in gemeentelijke registers is vastgelegd. Door het vastleggen van de situatie met foto’s blijft dergelijke informatie behouden.


Privacy
Bij het inventariseren van een begraafplaats worden persoonlijke gegevens geïnventariseerd. Dit betreft openbare informatie. Immers is deze informatie zichtbaar op aanwezige grafmonumenten en heeft die soms ook in kranten gestaan (rouwadvertenties, overlijdensberichten, bekendmakingen van de burgerlijke stand, etc.).
Het betreft ook informatie waar vaak naar gezocht wordt door genealogen en familie, maar ook door vrienden en bekenden. De voordelen van het opnemen van dergelijke informatie in een geautomatiseerd systeem wegen dan ook al snel op tegen de nadelen.


De informatie
De aangeboden informatie is van uit diverse bronnen verzameld. Denk bijvoorbeeld aan gemeentelijke handgeschreven grafregisters, maar bijvoorbeeld ook de tekst op de grafmonumenten zelf. Ook is gebruik gemaakt van informatie vanuit oude kranten zoals de berichten van de gemeentelijke burgerlijke stand en rouwadvertenties. Naast menselijke fouten blijkt dat ook dergelijke bronnen niet altijd foutloos zijn. Indien u gebruik maakt van de aangeboden informatie dient u deze zelf te controleren op juistheid en geschiktheid voor uw toepassing.
Lees bij gebruik van de website altijd vooraf de disclaimer die onlosmakelijk verbonden is met het gebruik van de website www.elspeethistorie.nl .
Interview
Diverse aanvullende informatie is verkregen door gesprekken met (oud) medewerkers van de gemeente Nunspeet die op de begraafplaats gewerkt hebben. Ook is informatie verkregen uit gesprekken met oudere Elspeters.

 

Grafheuvels
De geschiedenis van het begraven - voor zover bekend - gaat in Elspeet en wijde omgeving terug tot circa 2500 jaar voor het begin van de jaartelling. Vanaf dat moment zijn grafheuvels aanwezig waarbij de datering grofweg als volgt verloopt:

 

Periode: Jaren voor Christus Wijze van begraven:
Late steentijd 2500 – 2000 Begraven in een kuil met hierover een heuvel
Vroege bronstijd 2000 – 1800 Crematie, urn met asresten in heuvel
Midden bronstijd

1800 – 1000

Dode in holle boomstam begraven in heuvel
Late bronstijd 1000 –    800 Crematie, urn met asresten in heuvel
IJzertijd 800 –        0 Persoon werd verbrand waarna de plaats werd afgedekt met een heuvel

 Datering grafheuvels.

Naar grafheuvels is al veel onderzoek gedaan. Informatie hierover is vastgelegd in diverse boeken. Op de heide net buiten Vierhouten (aan de rand van de Vierhouterheide tussen Elspeet en Vierhouten) is een opengewerkte grafheuvel nagebouwd. Deze is te vrij te bezichtigen voor belangstellenden. Tevens worden zaken die gevonden zijn bij opgravingen van grafheuvels ten toon gesteld in diverse musea. Googelen op “grafheuvel” levert u een schat aan informatie op.

3Bordje waarmee grafheuvels in het landschap zijn gemarkeerd.Het creëren van een grafheuvel was destijds waarschijnlijk een praktische oplossing om de overledene na de begrafenis te beschermen tegen wilde dieren. Om een grafheuvel te maken die voldoende bescherming bood voor de overledene moest veel werk verzet worden. Het cremeren van overledenen kan eveneens gezien worden als een wijze van bescherming. Dit werd wellicht ook meer toegepast als bescherming tegen graf- en lijkschennis door dieren dan om religieuze redenen. Immers is bekend dat ook de as na crematie werd bijgezet in grafheuvels. Het verschil in opvatting over begraven en cremeren was destijds niet zo groot. Het blijkt dat men toch bij elkaar in dezelfde grafheuvel begraven kon worden. Het voordeel van grafheuvels is naast de bescherming ook het feit dat deze later teruggevonden kunnen worden in het landschap.
De grafheuvels die wij kennen zijn niet echt representatief voor de wijze van begraven van destijds. Dit betreft immers de grotere grafheuvels, de zogenoemde meer perioden grafheuvels. Hierin zijn verdeeld over verschillende perioden bijzettingen gedaan waardoor het forse grafheuvels zijn geworden. Diverse grafheuvels zoals wij die kennen zijn opgehoogd door extra zand aan te brengen. Dit om de grafheuvel beter herkenbaar te maken in het landschap en tevens beschadiging van buitenaf te voorkomen.

Een zelfde praktische invalshoek is misschien van toepassing voor het boomstam begraven. Hiervoor werd een boomstam gekliefd in een klein deel (deksel) en groter deel (kist). Het grotere deel werd uitgehold om als boomkist dienst te doen. Bij het begraven werd het deksel met hars op de uitgeholde boomkist gelijmd. Hierdoor werd een hoge mate van bescherming bereikt voor de overledene. De enorme hoeveelheid werk om een boom te klieven en deze vervolgens uit te hollen lijkt voldoende reden om deze wijze van begraven te beëindigen. Bedenk hierbij dat men destijds slechts over geringe technische middelen beschikte.

 

De onbekende periode van het jaar 0 tot 1300
Vanuit de periode vanaf het jaar 0 tot circa 1300 is over Elspeet heel weinig bekend. Toch is deze periode van zodanig grote invloed geweest dat het niet terecht zou zijn hier niets over te melden.
Immers betreft dit de periode na de geboorte van Christus waarin het christendom zich over de wereld verspreide. De christenen begroeven hun doden om religieuze redenen.
Vanaf het begin van het christendom was het mogelijk dat gestorvenen een bijzondere status kregen als martelaar of heilige. Hierdoor kon de waarde van een lijk enorm toenemen en werd het lijk of delen hiervan zelfs tot relikwie verheven. Er zijn tijden geweest dat hierin een levendige handel bestond.

4Overveluws weekblad 25-6-1938.De tijd van het jaar 0 tot 1300 kenmerkte zich door de kerstening waar ook de lage landen deel van uitmaakten. De invoering van het christendom was lang niet altijd een zaak van liefde en rede. Het was vaak een periode van strijd en onderdrukking. Karel die later de bijnaam De Grote zou krijgen vaardigde strenge maatregelen uit ter versterking van de christelijke religie. Deze maatregelen waren ook van grote invloed op de dodenbezorging. Op het concilie te Paderborn in 784 vaardigde Karel een verbod uit op lijkverbranding, op straffe des doods.
Om controle op de naleving van dit verbod mogelijk te maken werden speciale lijkroutes ingesteld. Deze lijkwegen of dodenwegen waren openbare wegen die niet mochten worden afgesloten. Er zijn plaatsen bekend waar dergelijke wegen tot in de 20e eeuw in gebruik zijn gebleven.
Dat was ook het geval in Elspeet zoals blijkt uit een stukje in het Overveluws weekblad van 25-6-1938. Hierin staat vermeld dat de gemeenteraad heeft besloten de naam van de Lijkweg te wijzigen naar Sluiterweg.

De sterk toegenomen aandacht voor de lijkbezorging in het algemeen en de bijzondere status van de heiligen bood de mogelijkheid bijeenkomsten te houden in de nabijheid van een heilig graf. De nabijheid van een gestorven heilige zou een positieve invloed hebben. Bij de bouw van een kerk werd deze dan ook nabij een dergelijk graf gebouwd.
In deze tijd hadden kerkgebouwen niet alleen een religieuze functie maar hadden de gebouwen ook een sociale functie. Kerken fungeerden ook als toevluchtsoord als men werd aangevallen door vijanden. Als een gemeenschap werd aangevallen bestond de mogelijkheid zich gezamenlijk terug te trekken in de kerk ter verdediging. Alles wat zich niet in de kerk bevond kon dan ten prooi vallen aan de vijand. Dit gold ook voor de begraven lichamen van overledenen. Wellicht is het gebruik van begraven in de kerk ontstaan vanuit bescherming voor de overledenen. Zeker is dat in later tijden vooral de overledenen die als heilig gezien werden, in de kerk werden begraven. Dit maakte dat de kerk een heilig gebouw werd. Hierdoor ontstond de behoefte onder de eenvoudige gelovigen ook in de kerk als heilig gebouw, begraven te worden. Uiteindelijk groeide het gebruik begraven in de kerk uit tot een belangrijk onderdeel van de jaarinkomsten van kerken. 

 

De periode van 1300 tot circa 1850
De hervormde kerk in het centrum van Elspeet is de oudste van de gemeente Nunspeet. In het jaar 1295 stond op deze plaats al een kapel. Wellicht bij gebrek aan een bekende heilige in de nabije omgeving was deze kapel gewijd aan de Heilige Paulus.

Het is onbekend of op dat moment al begraven werd in en rond deze kapel. Later is deze kapel uitgebreid tot een kerk. Het is zeker dat bij (en mogelijk rondom) deze kerk een kerkhof aanwezig was. In het straatwerk bij de kerk is nog altijd een zerk opgenomen uit vroeger tijden. Ook zijn er nog oude mensen die nog kunnen vertellen over meerdere grafzerken die aanwezig waren buiten te kerk. Het is bekend dat bij de bouw van het kerkerf in 1979 en de uitbreiding van de kerk in 1991 in het terrein rondom de kerk menselijke beenderen zijn aangetroffen.

Ook werd er ín de kerk begraven. Zo lagen vroeger voor in de kerk diverse grafzerken. Bij latere verbouwingen zijn deze jammer genoeg verwijderd. Het is onbekend waar de restanten zijn gebleven. Ook is bekend dat bij werkzaamheden aan de vloer van de kerk menselijke beenderen zijn aangetroffen.

 

De periode van 1300 tot circa 1850
De hervormde kerk in het centrum van Elspeet is de oudste van de gemeente Nunspeet. In het jaar 1295 stond op deze plaats al een kapel. Wellicht bij gebrek aan een bekende heilige in de nabije omgeving was deze kapel gewijd aan de Heilige Paulus.

Het is onbekend of op dat moment al begraven werd in en rond deze kapel. Later is deze kapel uitgebreid tot een kerk. Het is zeker dat bij (en mogelijk rondom) deze kerk een kerkhof aanwezig was. In het straatwerk bij de kerk is nog altijd een zerk opgenomen uit vroeger tijden. Ook zijn er nog oude mensen die nog kunnen vertellen over meerdere grafzerken die aanwezig waren buiten te kerk. Het is bekend dat bij de bouw van het kerkerf in 1979 en de uitbreiding van de kerk in 1991 in het terrein rondom de kerk menselijke beenderen zijn aangetroffen.

Ook werd er ín de kerk begraven. Zo lagen vroeger voor in de kerk diverse grafzerken. Bij latere verbouwingen zijn deze jammer genoeg verwijderd. Het is onbekend waar de restanten zijn gebleven. Ook is bekend dat bij werkzaamheden aan de vloer van de kerk menselijke beenderen zijn aangetroffen.

5Pension De Post, het huidige restaurant ‘t Edelhert. De afgebeelde weg betreft de Nunspeterweg. Achter de haag die zich op de foto links van de weg bevond lag de vroegere begraafplaats. Toen de kerk nog rooms-katholiek was betrof dit het ongewijde deel.

In de kerk is ook een oude grafkelder aanwezig. De ingang hiervan bevindt zich voor de preekstoel, de plaats waar in vroeger tijden het altaar stond. Op deze wijze bevonden de in de grafkelder opgebaarde gestorvenen zich zo dicht mogelijk bij het heilig altaar. Het is aannemelijk dat dit altaar is verwijderd nadat de reformatie in Elspeet was doorgedrongen. Dit gebeurde in het jaar 1590 waarbij de pastoor werd afgezet. In het jaar 1594 kwam de eerste predikant in Elspeet die de nieuwe leer was toegedaan.

 

Het kerkhof
Het kerkhof rondom de kerk bestond uit twee delen, namelijk de gewijde aarde en de ongewijde aarde. Het gewijde deel werd de kerkelijke slaapstede genoemd. De plaats waar de doden rusten van de vermoeienissen des levens tot de jongste dag, de dag waarop de doden zullen opstaan tijdens de wederkomst van Christus. Het gewijde deel was beperkt toegankelijk om ontwijding te voorkomen. Dit betekende dat het gewijde deel werd afgezet met een muur, hek of in eenvoudige gevallen met een haag.

Het ongewijde deel lag meestal aan de noordzijde van de kerk. Dat deel van de hof bij de kerk waar de minste zon komt. Het spreekt voor zich dat dit donkere deel als begraafplaats niet erg gewild was. Het gewijde deel werd vaak gescheiden van het niet gewijde deel door een haag die niet alleen zorgde voor afscheiding maar ook het zicht ontnam. In de ongewijde aarde werden de niet-christenen begraven, (zelf)moordenaars, criminelen maar ook ongedoopte kinderen. Immers waren levenloos geboren kinderen niet tijdig gedoopt waardoor deze nog besmet waren met erfzonden. Daarom mochten levenloos geboren kinderen niet in de gewijde aarde begraven worden. Er waren dan ook diverse kerkhoven met een apart deel voor levenloos geboren kinderen. Op kerkhoven waar dit aparte gedeelte niet aanwezig was werden levenloos geboren kinderen vaak in de haag tussen de gewijde en ongewijde aarde begraven. Op deze wijze bevonden levenloos geboren kinderen zich toch zo dicht mogelijk bij de gewijde aarde.

Na de reformatie werden katholieken en protestanten samen op het kerkhof begraven. Echter deed het probleem zich voor dat het gehele kerkhof ontwijd was door het begraven van protestanten in de gewijde aarde. Dit bracht problemen met zich mee voor katholieken die in gewijde aarde begraven wensten te worden. In een dergelijk geval kon de gestorvene voordat hij begraven werd worden bestrooid met gewijde aarde waardoor dit probleem opgelost was.
Op veel plaatsen was het begraven op het kerkhof volgens onze huidige maatstaven een aanfluiting. Doordat in de loop der jaren telkens op dezelfde plaatsen werd begraven waren er veel menselijke beenderen in de grond aanwezig. Ook was het graven van een graf vaak een burenplicht waarbij niet altijd zorgvuldig werd gewerkt. Het gebeurde dan ook regelmatig dat menselijke beenderen gevonden werden op het kerkhof. Deze werden dan bijgezet in het knekelhuis. Er zijn plaatsen bekend waar een speciale botoplezer voor deze taak was aangesteld. Het is onbekend of Elspeet een knekelhuis heeft gehad.

 

Het begraven in de kerk
In bijna alle kerken die in de middeleeuwen gebouwd zijn werd begraven. Dit verschijnsel komt op ons vreemd over vanwege de combinatie kerk (als heilig gebouw) met de dood (onrein). Omdat de kerk een heilig gebouw betrof hadden de gelovigen er destijds echter veel geld voor over om in de kerk begraven te worden. Het begraven in de kerk was hierdoor een grote inkomstenbron voor de kerk. Er zijn ramingen dat de inkomsten van het begraven in de kerk maar liefst 50% tot 70% van de totale kerkelijke inkomsten per jaar betroffen.
Het begraven in de kerk gaf aanleiding tot wantoestanden. Zo kennen we de uitdrukking “rijke stinkerd” die mogelijk hiernaar verwijst. Ook bij het begraven in de kerk werd men met het probleem geconfronteerd dat er na verloop van jaren een enorme hoeveelheid menselijke beenderen in de ondergrond aanwezig was. Het verzakken van kerkvloeren en het aantasten van de fundamenten hoorde hierbij.
Het is opmerkelijk te noemen dat het begraven in kerken ook na de reformatie gewoon doorging. Dit terwijl de reformatie juist gericht was tegen de wantoestanden in de rooms-katholieke kerk. Zo werd de aflaathandel waardoor je goede werken van heiligen zou kunnen kopen door protestanten afgeschaft. Feit is dat het begraven in kerken nog lange tijd doorging. Zelfs nadat het door de overheid was verboden. Later werd het in het kader van de volksgezondheid verplicht begraafplaatsen buiten de bebouwde kom aan te leggen.

Vanuit het boekje Historie rondom de Hervormde Kerk van Elspeet en Vierhouten geschreven door H. Huizinga - Heuvelman weten we dat in Elspeet langdurig in de kerk is begraven. Ds. Johannes Everwijn is in het jaar 1813 overleden. Hij ligt in de kerk begraven voor het trapje van de preekstoel.

6Deel van bladzijde 11 uit het boekje Historie rondom de Hervormde Kerk van Elspeet en Vierhouten.

Tijdsverloop begraven in de kerk en op het kerkhof te Elspeet
De heer Tiemen Goossens heeft onderzoek gedaan naar tijdsverloop van het begraven in Elspeet. De resultaten van zijn onderzoek zijn bekend, de resultaten worden binnen kort gepubliceerd.

Uit dit onderzoek blijkt het volgende:
De in 1829 ingevoerde wettelijke plicht om begraafplaatsen buiten de bebouwde kom aan te leggen gold alleen voor plaatsen met minstens 1000 inwoners. Wel werd begraven in de kerk voorgoed afgeschaft. Het terrein rondom de kerk van Elspeet werd in 1829 een gemeentelijke begraafplaats, zodat daar in het vervolg van gemeentewege graven werden uitgegeven. In 1859 kreeg Elspeet een gemeentelijke begraafplaats buiten de bebouwde kom. Ondertussen waren er wel mensen die eigenaar waren van een nog niet gebruikt graf naast de kerk. Dit lijkt op het probleem dat zich rond 1828 in heel Nederland voordeed. Er moest een regeling komen voor mensen die toen eigenaar waren van een graf in een kerk.

De opening van een nieuwe gemeentelijke begraafplaats in de gemeente Ermelo - Nunspeet - Elspeet had altijd tot gevolg dat de voorganger daarvan gesloten werd verklaard. Zo werd in de jaren '30 de tweede begraafplaats aan de Eperweg te Nunspeet geopend, zodat de andere (uit 1829) officieel gesloten werd verklaard, maar toch vond daar in 2001 nog een begrafenis plaats. In het geval van Elspeet schijnt het na 1880 nog voorgekomen te zijn dat er mensen naast de kerk werden begraven.

In de tweede helft van de 20e eeuw is het kerkhof veranderd naar parkeerterrein. Het is nog onbekend op welke wijze destijds is omgegaan is met de nog geldende grafrechten.

 

Hoe het begon
Volgens de Erfgoedatlas gemeente Nunspeet werd het oudste gedeelte van de huidige begraafplaats in Elspeet aangelegd in 1829. Waarschijnlijk is dit uitgangspunt gekozen omdat vanaf dat jaar het begraven in kerken verboden werd. Dit lijkt onjuist omdat er een gemeentelijk verslag bestaat met datum 7-10-1858 met de volgende tekst:
Op daartoe door Burgemeester en Wethouders gedaan voorstel is besloten dat, te beginnen met den eerste januari 1859, het begraven der lijken te Elspeet zal plaats hebben, op een afzonderlijke, in overeenstemming met de bestaande voorschriften, aan te leggen begraafplaats, gelegen buiten het dorp, tot welks einde is aangekocht van mevrouw de Wed. van Oordt een hakbosch, groot ongeveer 42 roeden, gelegen aan den weg van Elspeet naar Uddel, zijnde het zuidelijk gedeelte van de kadastrale nummers 892 en 894 van sectie F der gemeente Nunspeet, volgens de op het terrein gemaakte afscheiding en zulks voor een koopsom van honderd tien gulden.

Het is ook mogelijk dat er al geruime tijd voordat de gemeente deze begraafplaats aankocht begraven werd. Er zijn immers meerdere plaatsen bekend waar vooraanstaande personen grond beschikbaar stelden voor een begraafplaats. Dit vanwege de wantoestanden van het begraven in en rond kerken. Wellicht speelden de royale inkomsten hierbij ook een rol. Op basis van deze redenering is wellicht zelfs te verklaren dat op de begraafplaats in Elspeet vanaf 1888 tot begin van de 20e eeuw telkens op verschillende plaatsen werd begraven. Op het oudste deel van de begraafplaats zijn de grafnummers immers niet opvolgend maar lijken in willekeurige volgorde over de begraafplaats verdeeld te zijn.
Dit zou overeen kunnen komen met de toen gebruikelijke wijze van begraven in en rond kerken. Zolang het bekend was dat er iemand begraven lag werd de grafrust gerespecteerd. Als dit in het vergeetboek raakte, of als er ruimtegebrek ontstond werd het graf geschud. Dit hield in dat de aanwezige beenderen dieper in het graf werden begraven waardoor ruimte ontstond voor een nieuw graf. Er werd vanwege de beperkt beschikbare ruimte immers telkens op dezelfde plaats begraven.

Er wordt echter ook beweerd dat de grafnummers in het verleden zijn verplaatst tijdens gemeentelijke onderhoudswerkzaamheden op de begraafplaats. In de jaren 1906 t/m 1909 zijn echter afzonderlijke kindergraven aangelegd met afwijkende afmetingen. Er is een controle uitgevoerd waaruit blijkt dat de grafnummers met bijbehorende gegevens overeenkomen met de afmetingen van een kindergraf. Op basis hiervan lijkt het niet aannemelijk dat de grafnummers zijn verplaatst, hoewel dit in individuele gevallen niet is uit te sluiten.

Wel blijkt uit de wijze van begraven dat de aanleg van het oudste deel van het kerkhof heel duidelijk aansluit op de gewoonten die behoren bij het begraven in de kerk. Zo sluiten alle graven op elkaar aan zonder ruimte voor looppaden. Dit was ook de gewoonte bij het begraven in kerken omdat men zeer spaarzaam om moest gaan met de beschikbare ruimte. Dit betekende dat men bij begrafenissen en latere bezoeken over omliggende graven moest lopen om het graf van een geliefde te bezoeken. Destijds was dit heel gewoon vanwege het feit dat lopen over de graven in kerken een gebruikelijk verschijnsel was. Dit is op de begraafplaats nog goed waarneembaar. Om het lopen over de graven mogelijk te maken dienden de grafstenen liggend uitgevoerd te worden waarbij ze geheel verzonken waren in de aarde. Dit is bijvoorbeeld waarneembaar bij koopgraf nummer 5 (EG-5) van Anna Maria Margaretha Schäfer op het oudste deel van de begraafplaats. Een ander voorbeeld betreft eigengraf nummer 7 (EG-7) van Berend Dijkgraaf. Beide graven zijn voorzien van een geheel in het omliggende gras verzonken grafzerk die ook in een kerk niet misstaan zou hebben.

7   8
 Grafmonument EG-5 van Anna Maria Margaretha Schäfer.                       Grafmonument EG-7 van Berend Dijkgraaf.

 

9Hekwerk EG- 4 van Eduard Rienk DamstéToch is ook waarneembaar dat het lopen over de graven niet in alle gevallen werd gewaardeerd. Welgestelden kozen er in dat geval voor het graf af te zetten met een hekwerkje. Als voorbeeld hiervan verwijs ik naar eigengraf nummer 4 (EG-4) van Eduard Rienk Damsté (1830-1892). Dit graf met een markante liggende grafsteen is nog altijd voorzien met de resten van wat ooit een sierlijk ijzeren hekwerk is geweest. Een ander voorbeeld betreft het eigengraf nummer 11 (EG-11) van het echtpaar Derkje Nijhof (1839-1910) en Johannes Beelen (1840-1926).

 

 

10Hekwerk EG-11 van Derkje Nijhof en Johannes BeelenTenslotte wil ik erop wijzen dat de opzet van het oudste deel van de begraafplaats geheel in stijl is met het begraven in de kerk. De rijke en belangrijke mensen werden vooraan begraven terwijl de arme mensen juist helemaal achteraan werden begraven. Dit met het doel dat alle bezoekers de graven van vooraanstaande personen eerst moesten passeren om de graven van meer eenvoudige lieden te bezoeken.

 

 

 

 

Uitbreidingen
Na de eerste aanleg van de Algemene Begraafplaats is deze in 3 stappen uitgebreid tot de huidige omvang. Deze uitbreidingen hebben plaatsgevonden op basis van de toenemende behoefte aan grafruimte.

Aanleg Algemene Begraafplaats
Fase In gebruik genomen Bijzonderheden
I voor 1866  
II 1920  
III 1940  
IV 1961 Ontwerp architect Hans Warnau

 

11Fasen van aanleg van de Algemene Begraafplaats.

De diverse fasen van uitbreiding tonen telkens een overgang van gebruiken in het uitvoeren van de wijze van begraven aan.

Fase 1, de aanleg was gebaseerd op gebruiken van begraven in de kerk:

  • Graven aaneengesloten zonder looppaden.
  • Overledenen allen liggend naar het oosten begraven.
  • Er werd strikt in klassen begraven.
  • Er werd uiting gegeven aan het standsverschil in de verschillende klassen van begraven.
  • Indeling op basis van inzichten van destijds, belangrijke personen vooraan, armen achteraan.
  • Iedere overledene had een eigen graf. Slechts in een beperkt aantal gevallen werd dubbel begraven.

Fase 2, loslating kerkelijke structuur:

  • Graven worden aangelegd met looppaden.
  • Het begraven richting het oosten wordt losgelaten.
  • De klassenindeling blijft gehandhaafd, maar de verschillen worden kleiner.
  • Dubbel begraven wordt meer gebruikelijk. Diverse personen zonder familieband worden bij elkaar begraven. Er zijn kindergraven waarin 5 kinderen zijn begraven.

Fase 3, het wordt vrijer en frivoler:

  • Graven worden aangelegd met looppaden in diverse vormen. In het midden is een cirkel gesitueerd.
  • Op basis van het vrije ontwerp is duidelijk dat het begraven richting het oosten volledig is losgelaten.
  • De klassenindeling blijft gehandhaafd met kleine verschillen.
  • Dubbel begraven wordt meer gebruikelijk. Dit gebeurt steeds vaker op basis van de familiebanden zoals echtparen, ouders en kinderen, broers en zussen.
  • Het begraven van kinderen blijft een moeilijk punt. Hiervoor wordt een apart deel van de begraafplaats gebruikt. Er is een graf aanwezig waarin 9 kinderen zijn begraven.

Fase 4, ontwerp van architect Hans Warnau:
Het is opmerkelijk dat de begraafplaats in Elspeet is ontworpen door architect Hans Warnau. De opdracht hiervoor is al verstrekt in 1951 zoals blijkt uit het Ermelo’s Nieuwblad van 9 november 1951. In het boek Vanzelfsprekende schoonheid over tuin- en landschapsarchitect Hans Warnau wordt het gedachtengoed van hem rond begraafplaatsen als volgt beschreven:
“Warnau vond het belangrijk dat alle graven een gelijkwaardige plaats hadden en zo rechtstreeks mogelijk bereikt konden worden – hierbij denkend aan mensen die met een plantje of bosje bloemen langs kwamen en geen boodschap hadden aan een lange route van een indrukwekkende hoofdruimte naar een achteraf plekje. Om de directe bereikbaarheid van alle graven invulling te geven is gebruik gemaakt van grafkamers die met begroeiing zijn vorm gegeven”.

  • Bij ingebruikneming van fase IV is de wijze van grafnummering gewijzigd. Vanaf dit moment worden alle graven oplopend genummerd, ongeacht in welke klasse is begraven.
  • In het begin werden de graven nog wel gemarkeerd met de klasse waarin was begraven. Dit is later komen te vervallen.
  • Graven worden meermaals gebruikt binnen de familiebanden. Leden van gezinnen worden bij elkaar begraven.

 

Grafnummers en klassen

Vanaf het jaar 1888 is men in Elspeet begonnen de graven te nummeren en de graven te markeren met een grafnummer. Het grafnummer werd aangebracht door het plaatsen van een gietijzeren paaltje met hierin het grafnummer en klasse afgedrukt. Het is hierbij opvallend dat iedereen, dus ook levenloos geboren kinderen een volwaardig graf kregen toegewezen. Wellicht is dit een reactie geweest op de problemen van het begraven van levenloos geboren kinderen op het kerkhof bij de kerk. Wel zijn in de jaren 1906 t/m 1909 kinderen begraven in een kindergraf wat de helft was van het graf voor een volwassene.
Het zogenoemde dubbel begraven (twee personen in één graf) werd bijna niet toegepast. Dit gebeurde alleen als bijvoorbeeld levenloos geboren meerlingen ter wereld kwamen en dus ook gelijktijdig werden begraven. Een voorbeeld hiervan vindt u bij grafnummer III-3 (derde klasse grafnummer 3) waar een tweeling begraven is van Berend Bomhof (1847-1906, zelf begraven in graf II-60) en Klaasje Beek (1853-1910, begraven in graf II-74). Een ander voorbeeld vindt u bij grafnummer III-472 waar een levenloos geboren drieling begraven is van Peter de Bruin (1876-1959, zelf begraven in graf II-179) en Maria Hennephof (1875-1965, graf II-179). Peter de Bruin en Maria Hennephof zijn dus niet bij hun kinderen maar wel als echtpaar begraven.

Het dubbel begraven werd wel toegepast in de duurdere 1e klas huur- en koopgraven. De bijzetting volgde dan vaak vele jaren na de 1e uitgifte van het graf.

Vanaf het begin van de grafnummering wordt in klassen begraven namelijk:

  • Klasse IV
  • Klasse III
  • Klasse II
  • Klasse I
  • EG (eigen graven)

Klasse IV:
De 4e klasse betrof overledenen die zelf of waarvan de familierelaties onvoldoende financiële middelen hadden om zelf de begrafenis te bekostigen. In dat geval werd men op kosten van de gemeenschap begraven wat automatisch inhield dat men 4e klas werd begraven. Dit betrof een apart deel van het kerkhof. Alle gietijzeren grafnummers op dit deel dragen niet alleen het unieke grafnummer maar vermelden ook de grafklasse IV. Er zijn enkele opvallende zaken rond het begraven in klasse IV:

Klasse IV:

  • Klasse IV graven mochten niet voorzien worden van een grafmonument of enige grafbedekking. Tot op heden is dit zo gebleven. Geen enkel graf van de 47 aanwezige klasse IV graven is voorzien van verfraaiing.
  • Het begraven in klasse IV was destijds zo geaccepteerd dat de overheid en kerkelijke gemeente hierin geen aanleiding zagen tot aanvullende ondersteuning.
  • Het begraven in klasse IV is gestopt in 1909, terwijl er nog ruimte was voor tientallen graven. Waarschijnlijk is vanaf 1909 de ondersteuning vanuit de overheid en kerk zodanig verhoogd dat ook de armen in de IIIe klasse begraven konden worden.
  • Het begraven in klasse IV werd net als de andere klassen geregistreerd. Echter is grafnummer IV 43 vergeten bij te schrijven in het register. Hierdoor is onbekend wie hier begraven ligt.
  • Juridisch gezien is het interessant welke status klasse IV graven hebben. Destijds bestond er geen gemeentelijke verordening rond het begraven en was alleen de wet op de lijkbezorging van toepassing. Omdat men werd begraven op kosten van de gemeenschap betrof het geen huurgraf en zeker geen koopgraf. Omdat de tijdelijkheid van dergelijke graven niet is vastgelegd zijn er redenen om aan te nemen dat deze graven voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven.

12Klasse IV graven, alle zonder grafmonument.

Klasse III:
De 3e klasse was de meest voorkomende klasse van begraven. Het betrof een huurgraf wat men ook (later nog) kon kopen. Het was de goedkoopste wijze van begraven waarbij men zelf de kosten droeg.

Klasse II:
De 2e klasse was duurder dan de 3e klasse. Het betrof een huurgraf wat men ook (later nog) kon kopen. Opvallend is dat in klasse II relatief gezien minder kinderen zijn begraven. De reden hiervoor is onbekend maar zou financieel kunnen zijn:

  • Ouders lieten kinderen 3e klas begraven vanwege de kosten.
  • Ouders hadden meer financiële middelen dus kwam kindersterfte minder voor.
  • Ouders kregen naarmate men ouder werd meer financiële middelen zodat men zelf klasse II begraven werd.

13Grafnummer met klasse.Klasse I:
De 1e klasse was nog weer duurder dan de 2e klasse.

Vanaf 1983 worden er op de Algemene Begraafplaats in Elspeet geen klassen meer toegepast. De grafnummering is hierop aangepast. Een uitzondering zijn de grafkelders. Grafkelders worden ook nu nog met klasse I aangeduid.

EG:
De afkorting EG stond voor een koopgraf d.w.z. een eigen graf. Het kopen van een eigen graf is slechts kort van toepassing geweest. Deze graven zijn dan ook gemarkeerd met de letters EG als klasse van begraven 

14Voorbeeld gietijzeren grafidentificatie met de vermelding van EG (eigengraf/koopgraf).

Later werd de grens tussen huur- en koopgraven kleiner en bestond een koopgraf uit een huurgraf wat werd aangekocht. Aankoop van een eigen graf kon dan ook nog later plaatsvinden. Hiervan ontving degene op wiens naam het graf werd aangekocht een schriftelijk bewijs. In de gemeentelijke administratie werd de aankoop van een graf slechts aangetekend in het grafregister door dit bij te schrijven.

Verschil huur- en koopgraven:
Binnen gemeente Nunspeet was er tot het jaar 1988 geen verordening waarin de tijdelijkheid van huur- en koopgraven was opgenomen. Hierdoor werden graven aangekocht voor onbepaalde tijd. Pas na 1988 is er een gemeentelijke verordening die de grafrechten beperkt tot maximaal 30 jaar. Het aankopen van een graf bestond uit 2 handelingen, namelijk het huren van het graf en vervolgens het aankopen van het graf. Dit komt ook overeen met de lay-out prijslijst van de eerste algemene grafregisters.

Ook het huren van een graf was in principe voor onbepaalde tijd. Dit blijkt o.a. uit het feit dat het lange tijd gebruikelijk is geweest 30 jaar lang jaarlijks huur te betalen. Daarna kwam de huur te vervallen. Dit vanwege de redenatie dat er genoeg was betaald. Dit betekende destijds dat er genoeg huur was betaald in verhouding tot de kosten van een koopgraf.

15Lay-out algemeen grafregister (niet het oudste, dat betreft een handgeschreven exemplaar).

Bovenstaande handelswijze van het huren van een graf wat vervolgens wordt aangekocht komt ook overeen met de documenten die verstrekt werden aan de nabestaanden als rechthebbenden van het graf.

16Document huur graf I-64. Uit het document blijkt dat het graf wordt uitgegeven voor onbepaalde tijd. Document beschikbaar gesteld door Hans Steentjes. 

17Document aankoop graf I-64. Document beschikbaar gesteld door Hans Steentjes.

 

Onbepaalde tijd:
Toen in het jaar 1888 werd begonnen met de grafnummering werden gietijzeren grafnummers geplaatst. Deze grafnummers werden altijd bij het hoofdeinde van het graf geplaatst wat is op te maken uit de ligging van de graven.
De ligging van de overledenen is op het oudste deel altijd liggend met het gezicht naar het oosten gericht. Dit vanuit de Christelijke overtuiging dat op de jongste dag de Zon der Gerechtigheid zal opgaan die de doden uit het graf zal roepen. Ook deze zon zal waarschijnlijk in het oosten opgaan.

Vanuit deze gedachte is het graf per definitie tijdelijk. Vandaar dat gesproken wordt over grafrechten voor onbepaalde tijd en niet over eeuwigdurende grafrechten.

 

Grafkelders:
In een aantal gevallen is men begraven in een zogenoemde grafkelder. Op de Algemene Begraafplaats te Elspeet betekent dit dat gebruik gemaakt wordt van een stenen of betonnen grafruimte.

 

Functie Algemene Begraafplaats Elspeet

Hoewel Elspeet vaak wordt beschreven als een afgelegen en geïsoleerd dorpje op de Veluwe komt dit beeld niet overeen met de werkelijkheid. Immers beschikte Elspeet zoals al aangegeven al in de middeleeuwen over een kerk met een bijbehorend kerkhof.
Ook het oudste deel van de Algemene Begraafplaats vertelt een ander verhaal. Zo blijkt dat Elspeet al voor 1892 beschikte over een geneesheer (zie het graf EG-4 van geneesheer Eduard Rienk Damsté 1830-1892). Ook had Elspeet een dorpssmid (zie graf EG-72 van Gerrit Denekamp ABT 1846-1910). Zowel de kerk, de geneesheer en de dorpssmid vervulden destijds een regionale functie.
Hetzelfde is van toepassing op de Algemene Begraafplaats te Elspeet. Vanuit de wijde omgeving werden de mensen op de Algemene Begraafplaats te Elspeet begraven. Naast Elspeters werden er ook personen uit Uddel, Vierhouten, Staverden, Leuvenum en zelfs Houtdorp begraven.
Zie bijvoorbeeld graf III-101 van Gerrit de Gunst (1814-1893). Deze schoenmaker uit Houtdorp (bij Ermelo) is op de Algemene Begraafplaats in Elspeet begraven.

 

Rituelen
Over rituelen rond het begraven is al veel geschreven. We willen ons beperken tot enkele hoofdlijnen. Na het overlijden werd de overledene meestal thuis opgebaard. Het opbaren van een overledene betekende in feite het klaarleggen van de overledene voor het afscheid nemen door familie, vrienden en bekenden. In uitzonderlijke gevallen zoals een ernstige besmettelijke ziekte kon het opbaren plaatsvinden in het baarhuisje op de begraafplaats. Het spreekt voor zich dat in dat geval geen sprake was van opbaren voor het afscheid nemen.
De plaats waar het baarhuisje op de begraafplaats gestaan heeft is met een vierkant aangegeven op de tekening van de begraafplaats (zie afbeelding 1 op pagina 14). Aan de achterzijde van het baarhuisje was een waterpomp geslagen  zodat men de beschikking had over water.

Op de dag van de begrafenis verzamelden familie, vrienden, buren en bekenden zich in het huis van de overledene. Men droeg hierbij overwegend donkere kleding (veelal zwart). In het huis werd door de predikant dan een stichtelijk woord gesproken. Hierbij zat de familie dicht bij de predikant terwijl buren en bekenden in de omliggende ruimten zaten of stonden. Het spreekt voor zich dat lang niet iedereen de predikant altijd kon verstaan. Aansluitend vertrok men voor de begrafenis naar het kerkhof. Het verlaten van de woning gebeurde bij voorkeur via een aparte deur. De boerenhoeven destijds hadden vaak meerdere in- en uitgangen:

  • De deeldeur, hierbij liep men over de deel waar het vee stond.
  • De gootdeur, hierbij kon men het vee vermijden.
  • De voordeur, deze deur werd alleen gebruikt bij rouw en trouw.

Het spreekt voor zich dat bij een begrafenis gebruik gemaakt werd van de voordeur. Rond dit gebruik zijn vele verhalen ontstaan.

18Rouwstoet in Nunspeet.

Het vervoer van de overledene gebeurde op een boerenwagen. De positie van de overledene was zodanig dat hij met de voeten in de rijrichting vervoerd werd. Vrouwen konden daarbij plaatsnemen op de wagen terwijl familie, buren en bekenden te voet aansloten bij de stoet. De ingang bij het kerkhof was geschikt voor het oprijden met een door paarden getrokken boerenwagen. De oude toegangsweg naar het kerkhof is op de tekening aangegeven (zie afbeelding 1 op pagina 14). Hierop is te zien dat de toegangsweg zowel van Elspeet als van Uddel af schuin de begraafplaats op liep.

Op de begraafplaats aangekomen werd buiten het hek halt gehouden. De overledene werd overgebracht van de boerenwagen op de baar. Deze baar stond altijd in het baarhuisje. De overledene werd ook op de baar met de voeten in de looprichting geplaatst. Indien de overledene een man betrof werd de baar op de schouders gedragen. Voor vrouwen werd de baar onderhands gedragen.

Als men het kerkhof op kwam ging men gelijk na binnenkomst bij het hek linksaf. Men liep dan eerst een ronde om het kerkhof dat eindigde bij de geopende groeve. Aan een dergelijke rondgang, altijd met de zon mee, worden verschillende betekenissen toegekend. In Elspeet was een dergelijke rondgang wellicht alleen praktisch van aard. De ingang bevond zich immers aan de oostzijde. Door de rondgang kwam de overledene in de juiste positie voor het begraven, met de voeten richting het oosten.

Het is niet bekend of alle overledenen begraven werden in een kist. Zeker als de overledene arm was is dit niet voor de hand liggend. Er zijn plaatsen bekend waarbij overledenen gewikkeld in een doek op een plank opgebaard werden. Bij de begrafenis werd de plank schuin in het graf geplaatst waarna de plank langzaam werd teruggetrokken. De overledene werd zo voorzichtig in het graf gevleid.

 

Richting het oosten begraven
Het begraven van de overledene met het gezicht in de richting van het oosten gebeurde om religieuze redenen. Het invoeren van looppaden op de begraafplaats in fase II bracht het probleem met zich mee dat slechts de helft van de graven in de richting van het Oosten was gelegen. De graven aan de andere zijde van het looppad liggen immers net andersom.

19Wijze van begraven richting het oosten bij het toepassen van looppaden.

Het is onbekend of de gewoonte om de overledene naar het Oosten te begraven direct is losgelaten. Er zijn plaatsen bekend waarbij de overledenen met het hoofd richting de looppaden werden begraven om de correcte positie richting het Oosten te behouden. Het is niet bekend of dit ook in Elspeet is toegepast.


Doodgraver
De functie doodgraver was destijds een heel bijzondere en behoeft enige toelichting. Het begraven was nog maar recent overgegaan van de kerk naar de gemeente. Eind 1800 was de scheiding tussen kerk en staat dan ook lang niet zo helder als nu. De doodgraver in Elspeet was eind 1800 Berend Dijkgraaf. Zoals gebruikelijk was in die tijd had hij daarnaast nog een aantal andere functies namelijk hoofdonderwijzer, brievengaarder en klokkenluider. Het betrof dus een persoon die met zijn werk op het snijvlak van de kerk en gemeente werkzaam was.
De doodgraver betrof dan ook bijna altijd een persoon die zelf geen graven dolf. Dit werk werd uitbesteed aan boeren in de omgeving die fysiek vaak ook veel beter in staat waren dit zware werk te doen. Doodgraver was dus een meer organisatorische functie om de financiën te regelen en toezicht te houden op het uitgevoerde werk. Daarnaast moest de doodgraver de grafregisters bijhouden.

Bij het overlijden van doodgraver Berend Dijkgraaf in 1903 ontstond een specifieke situatie. De gemeente zou gewoon een nieuwe doodgraver kunnen benoemen. Echter was men kerkelijk gewoon dat dit iemand met gezag betrof en had men wellicht ook compassie met de weduwe.
Voor zover nu te reconstrueren lijkt het erop dat de weduwe van de hoofdonderwijzer deze functie tijdelijk heeft waargenomen tot dit is overgegaan op haar zoon.
20Uitvoerend doodgraver Steven Smit.

 

Grafdelvers Tijdperk        
Naam: Van: Tot: Opmerking: Functie: Toelichting:
Berend Dijkgraaf 1880? 1903 zie Overveluws weekblad 3-6-1933 organisatie