user_mobilelogo

In onderstaand document staat de geschiedenis van de "Elspeterbos" beschreven. Vroeger was de Elspeterbos van groot belang voor ons dorp. En dat is het tegenwoordig nog steeds, al word het nu meer voor recreatieve doeleinden gebruikt.

Een van de belangrijkste dingen in het leven van de Elspeters was vroeger het Els­peterbos. Men kende het echter alleen als 'de bos'. De bos en de Heegde, daar leefde iedereen dagelijks mee. De een haalde er het timmerhout of boerengeriefhout, een ander sprokkelde er of haalde bodemproducten en iedereen stroopte wild, dat in het bos huisde. Sommige mensen woonden ook onder het bos of de bos. In Elspeet zijn enkele wegen al wel honderden jaren oud, b.v. de Maatweg, de Vierhouterstege, de Lijkstege en de Hoge Weg.In het spraakgebruik woonde men echter niet aan die wegen.  Zo woonde  Willem van Peet in 't daarp en iemand die vijftig meter  verder woonde, die woonde an de grind­ weg. Zij die weer iets verder rechts of links daarvan  woonden, die woonden in 't veld en een groot aantal was er dat op de Klonjes woonde. Dit betekende  in de kleine of grote kolonie. De aanduiding 'Klonjes' raakte wat in onbruik toen er een kleine Kolonie­ weg  kwam. Men kon toen moeilijk meer  spreken van Kleine Klonjesweg.
Degenen die nu nog overbleven, woonden aan de rand van het bos en die duidde men aan als wonend onder de bos. Wel logisch, want men woonde min of meer beschut tegen en achter het grote bos.Naast de particulieren had ook de kerk van Elspeet grote belangen in het bos. De eerste predikanten waren ook maalman en ondertekenden, met de holtrichters of bos­ wachters, de rekeningen van de houtdelingen enz. Wat de kerk mocht kappen werd verkocht en zo vinden we in de kerkboeken de opbrengsten uit het bos vermeld, b.v. 'die heg aan Apeldoornseweg, van de heg bij de Deventerputjes, een heg bij de Beerenkamp, van grote bomen aan Boshuizen, drie heggen op het Vaaleveld, van Jan Evertsen te Harderwijk, van een beuk bij Everts huis. Dit was dan begin 1600.Onder de holtrichters, die voor twee jaar uit de beëdigde maalmannen werden  be­noemd, kwamen vanzelfsprekend veel Mouwen voor. In 1798 ook een vreemdeling n.l. L. Duinkerken  van  Harderwijk. In 1815 werden er twee gekozen, Jan Beertsen Mouw en Jan Hannesen Mouw en in 1824 waren het weer twee Mouwen, J.B. en Gerbrand Mouw. Nog in 1830 werden vier personen als Maelman toegelaten en wel: Gerrit Frens, Evert Mouw en Hendrik  Mulder, 'die allen  den eed hebben  gedaan', volgens de boeken.Toch begon de glorietijd van de bossen langzaam af te kalven, in de tijden die kwamen. Men raakte om die producten steeds  minder verlegen. Toen dan ook, in 1903, een verzoek kwam bij de kerkenraad, om de twee aandelen in het Meervelder­ bos te  verkopen aan de Prins der Nederlanden, voor de prijs van  f. 2750  per aan­ deel,  werd direct besloten dit te doen.
Even later kwamen de eigenaren van de Uddeler Heegde in de Zwaan bijeen. Van de 100 aandelen bezat de Kerk er 11½, de pastorie 10 en de diaconie 3½. Samen dus een vierde deel. Besproken werd de overdracht van de Heegde, aan de Heidemaatschappij voor f. 140.000 in totaal of f. 1400 per aandeel. Na een paar maanden van onderhan­ deling deed men de Heegde van de hand.
Een paar jaar later, in 1906, wordt bekend, dat H.M. de Koningin de Elspeterbos zou willen kopen. Er waren toen 34 grote en kleine aandeelhouders, waarvan er 31 meen­ den dat zij hun aandelen van de hand moesten doen. Toch zou het meer dan tien jaren duren voor de bos werd verkocht. De kerk van Elspeet, als groot aandeelhouder, hield de verkoop tegen, omdat zij hun aandelen beschouwden als gemeenschappelijk bezit van de inwoners van Els peet. De Koningin begreep dit en wilde rekening houden met de belangen der inwoners en schriftelijk toestemming  geven, dat op bepaalde tijden en dagen in het bos zou mogen worden gesprokkeld, gras gesneden en gratis bosbes­ sen worden geplukt, zoals dat in de Soerense bossen ook gebeurde.
Op 26 september 1906 werd een verenigde vergadering gehouden van Kerkenraad, Kerkvoogden en Notabelen. Alleen Evert Mouw was voor de verkoop van het bos. Be­ sloten werd de Koningin het volgende te schrijven:'Ondergetekenden, Kerkeraad, Kerkvoogden en Notabelen, beheerders van diaconie, pastorie en kerke eigendommen, hebben een schrijven ontvangen van het Elspeterbos bestuur, waarin wordt te kennen gegeven, dat Uwe Majesteit dit bos zoudt wensen te bezitten. Zij hebben in een gemeenschappelijke vergadering, op 26 september j. l. gehouden, na rijp beraad besloten het volgende  aan Uwe Majesteit eerbiediglijk  mede te delen.
In bovengenoemd schrijven wordt de verkoop genoemd, een goede financieele operatie, voorzeker voor aandeelhouders, dus ook voor diaconie, pastorie en kerk mede met het oog op een onzekere toekomst betreffende de instandhouding en verbetering  van het bos.
Maar aangezien ondergetekenden geen eigenaren maar beheerders zijn van de hun toevertrouwde goederen der Gemeente, zo verklaren zij Uwe Majesteit dat, enkelen daar gelaten, om begrijpelijke redenen, de gehele gem. het bos zou wensen te  behouden zo als het nu is.
En al mogen nu de voordelen in dat schrijven vermeld, aannemelijk en zeer edelmoedig zijn aangeboden, zo kan die vrijheid een hersenschim zij n, zoals te Uddel gebleken  is, tegen  weten en wil  van Uwe Majesteit in.
En staat de weg tot klagen nu wel steeds open voor den troon Uwer Majesteit en zoals in bovengenoemde buurtschap is gebleken, met een zeer bevredigende uitslag, wie heeft de vrijmoedigheid om altijd weer bij Uwe Majesteit aan te kloppen , hoewel het ook dan niet zou ontbreken aan toegenegen hart, oor en hand, zoals geheel Nederland wel weet, om de lijdenden te  helpen  en de verdrukte te beschermen.
Daarbij komt nog, in genoemd geschrift is niet gemeld, gemis van vrije wandeling in het bos. En indien ook dit toegestaan zou worden kunnen de heerlijke rechten niet rechtmatig om het bos te sluiten? Voornamelijk wegens overtreding van enkelen. Hoe hoogst onaangenaam zou dit voor de onschuldigen zijn en wat een zeer nadelige invloed zou dit uitoefenen op het drukke  vreemdelingenverkeer, dat jaarlijks toeneemt.
Eindelijk worden ondergetekenden bedreigd met een mogelijk verlies van het bos, buiten deze gelegenheid om.
Wat zullen zij hierop antwoorden? Dit: Als het dan mogelijk is dat de grote meerderheid van de aandeelhouders de kleine minderheid zou kunnen dwingen om te doen wat in tegenspraak is met de belangen der gem., ja dan staat het besluit vast, dat Elspeet liever van zijn geeerbiedigde en beminde  Koningin  wenst afhankelijk  te zijn, dan van welken  eigenaar  ook. Met heilbede enz.'Van de houtvester der Koningin kwam hierop  een kort nietszeggend  briefje terug. Het bestuur van het Elspeterbos, onder leiding van Jhr. Sandberg, bleef zich echter beijveren voor de verkoop der aandelen. Het riep de aandeelhouders weer bijeen in de Zwaan op 24 december 1906. Ds. Kalshoven stemde schriftelijk tegen de ver­koop.
Dan wordt het enige jaren rustig rond de bos. Eerst op 11 juni 1910 is er weer een vergadering van de kerkelijke besturen, naar aanleiding van een nieuw voorstel van het bosbestuur. Met algemene stemmen besloten de broeders opnieuw om de bos niet te verkopen. Dan is er op 2 juli al weer vergadering, omdat het bosbestuur dreigde de vennootschap te ontbinden en het bos dan toch te verkopen, zonder medewerking van de weigerachtige aandeelhouders. Het kerkbestuur bleef weer bij haar standpunt het bosgebied niet te verkopen. Het bosbestuur slaagde er blijkbaar toch niet in om hun aandelen van de hand te doen, zonder medewerking van de kerk, en weer bleef het een jaar rustig.Het bestuur Jhr. Sandberg , G. van Essen en J. Versteeg  schreven  eerst in december 1913 weer een brief aan het  kerkbestuur  van Elspeet,  waarin  ze opnieuw  aandrongen tot  verkoop  van  hun  aandelen,  daar dat  volgens  hen veel voordeliger was.
Het kerkbestuur stelde hierna een commissie samen, bestaande uit A. v.d. Zande, diaken Gerrit Bossenbroek, kerkvoogd en Gerrit Schuurkam p, notabel, die bij notaris Hofman te Nunspeet zou informeren, of verkoop van het bos mogelijk zou zijn, zonder medewerking van alle aandeelhouders. Het kerkbestuur besloot toen op 18 december het volgende te antwoorden,  op de laatste brief van Sandberg:'De kerkeraad en het coll. van kerkvoogden en notabelen der Ned . Herv. Gem. te  Elspeet, hebben de eer in antwoord op Uw schrijven van ....dec. het volgende te berichten . Bedoeld schrijven werd aan een lid van hun coli. overhandigd , door de beide bestuursleden , van Essen en Versteeg , waarbij de mondelinge toezegging werd gedaan, dat bij een eventuele  verkoop  van  het Elspeterbos  , ruimschoots rekening gehouden zou worden met de belangen van Elspeet .
Daar van genoemde colleges geen beslissing, als in Uw schrijven gewenst, mogelijk kan zij n, als door hen niet ontvangen is een schrijven waaruit kan blijken hoe dit - rekening houden met de belangen van Elspeet - door de koper zal worden opgevat, verzoeken zij U thans  hen wel te  willen doen toekomen een opgave waarin zal worden vermeld welke gunstige bepalingen ten opzichte van Elspeet zullen worden gemaakt .
Na ontvangst van dat schrijven zullen beide colleges weer vergaderen en zal U hunne beslissing zo spoedig  mogelijk  worden medegedeeld'.Hierop  werd  27  december  dit  antwoord ontvangen:
'Ter beantwoording van uw schrijven van 22 dec. j.l. heb ik de eer uw coli. te berichten,  dat volgens de opvatting van het Bestuur van de vennootschap Elspeterbos onder , rekening houden met de belangen van Elspeet , vertaan moet worden , vrij wandelen , sprokkelen van hout en plukken van bosbessen.
Het bestuur is overtuigd dat de koper eventueel gaarne bereid zal zijn deze uitlegging te bevestigen, doch acht zich tevens verplicht er op te wijzen dat zowel de vrije wandeling , als het  sprokkelen van hout en het plukken van bosbessen, huns inziens niet anders dan bij wijze van gunst kunnen worden toegestaan en dat in geen geval enig servituut op het bos zoude kunnen worden gevestigd. Het bestuur vertrouwt eerstdaags in het bezit te zijn van een voldoend aantal volmachten , om zo nodig de statuten te wijzigen , waardoor  wij  uwe medewerking  niet meer zouden behoeven,  om tot  verkoop van het  bos te kunnen overgaan.
Het zal onnodig zijn u te verzekeren dat het bestuur alleen in het uiterste geval tot een dergelijke maatregel zijn toevlucht zou  nemen .
Wij vlijen ons echter dat uw college onder de gegeven omstandigheden zal medewerken tot verkoop  van  het  bos op de gestelde voorwaarden.'
Sandberg,  voorzitter .In de kerkvergadering van 7 januari 1914 besloot men het volgende schrijven aan de opperhoutvester der Koningin te zenden:
'Namens de gecomb. verg. van Kerkeraad, Kerkv. en Not. Heb ik de eer U het volgende mede te delen .
Uit een schrijven van 27 dec. 1913, van het bestuur der Elspeterbos bleek, dat bij een eventueele verkoop aan Zijne K. Hoogheid van het bos, door de koper rekening zou worden gehouden met  de bestaande voorrechten van Elspeet, met name werd genoemd : sprokkelen , bosbessen plukken en  vrije wandeling.
De laatste twee voorrechten  zijn van bijzonder  veel betekenis  voor Elspeet.  Bosbessen  plukken is voor de hele bevolking en in het bijzonder voor de behoeft igen , een bron van flinke verdiensten. De vrije wandeling is de oorzaak , dat Elspeet in de laatste jaren,  des zomers  steeds  drukker wordt bezocht door logeergasten,  waardoor zeer velen hun inkomsten zagen vermeerderen  en  de welvaart in Elspeet  is toegenomen.
Werd nu het Elspeterbos een wildpark en als gevolg daarvan bevolkt met wilde zwijnen, herten enz. dan zou het bosbessen plukken en de toename van vreemdelingen verminderen en wellicht ophouden.
Dit zou tot een zeer groot nadeel van Elspeet zijn. En waar bovengenoemde colleges bij het uitbrengen hunner stem, voor of tegen verkopen van het bos, ten zeerste rekening houden met Elspeetse belangen, verzoeken zij u beleefdelijk hen betreffende hunne bezwaren ten opzichte van het wildpark, wel te  willen geruststellen.'
Op 20 januari 1914 werd weer een gecombineerde vergadering van het kerkbestuur gehouden, na ontvangst van het antwoord op bovenstaande brief. Het eenstemmige gevoelen was dat men met dat antwoord geen stap verder gekomen was.
De voorzitter las daarna een concept voor, dat onder goedkeuring van de vergadering, zou dienen als antwoord op het laatste schrijven van het bosbestuur, aldus:
‘De gecomb. verg. van Kerkeraad, Kerkv. en Not. der hervormde gem. van Elspeet, heeft de eer u het volgende ter kennis te brengen, als antwoord op uw schrijven van 27 december 1913.
Wij zijn nu even ver als jaren geleden, bij de eerste aanvrage. Het wordt voor beide partijen lastig en vervelend. Daarom wensen wij bij deze gelegenheid een einde te maken aan verdere onderhandelingen. Vooraf dit:
1e Wij twijfelen of H.M. de Koningin wel geheel bekend is met al de inhoud van alle door het Bestuur aan ons geschreven brieven; ja veel meer twijfelen wij of H.M. aan dat alles Hare Kon. goedkeuring zou hebben gehecht.
2e Wat is er sinds jaren al op aangestuurd om de waarde van het bezit der aandeelhouders in het Elspeterbos te drukken, door middel van geringe rente, zodat het bij het begin van dit jaar al zo ver is, dat er nog niet éénmaal uitzicht
is om een verkoping te houden. Waarom dit alles?
3e Hoeveel is er al geschreven om ons te dwingen tot verkoop van bezit b.v. a, In 1910 was het: Het Elspeterbos wordt verkocht, dat staat vast, want de minderheid moet zich naar de meerderheid schikken en de meerderheid is vóór verkoop. b, In dezelfde brief van 20 juni 1910, blijven de kerk, pastorie en diakoniebesturen in de contramine, dan zullen wijzigingen van statuten volgen,
daarna verkoop in massa, in percelen, al of niet ter sloping enz., In een schrijven van dec. 1913 wordt dan door het bestuur de prijs bepaald, over welk bedrag verder niet te loven en te bieden valt. Of het bos nu meer waarde heeft, daarover mag dus niet gehandeld worden, hoewel het de vraag is of volgens ter zake kundige taxateurs het niet veel meer waarde heeft dan f. 162.000 . En eindelijk: In het schrijven van 27 dec. 1913 wordt bericht: Het bestuur vertrouwt eerstdaags in het bezit te zijn van een voldoend aantal volmachten, om zo nodig de statuten te wijzigen, waardoor wij uwe medewerking niet meer zouden behoeven.
Welnu dan: dit herhaalde dreigement moge dan nu in vervulling komen.
De statuten van het –Elspeterbos- worden gewijzigd, met meerderheid van stemmen, het bos worde verkocht en de ontevredenen kunnen blijde zijn. Natuurlijk met inachtnemen ook van Kerkelijke reglementen. De minderheid zal zich dan
hebben te schikken naar de meerderheid.
Een dan tot de hiertoe genoten voorrechten in het bos? Dan doen wij een beroep op de goedheid van onze Koningin.
De 28ste januari werd een voorstel met tekening ontvangen betreffende de verdeling van het bos. Werd eenparig door het gecomb. college van de hand gewezen.
Een paar dagen later, 1 februari, werd een gift ontvangen van de Koningin, groot f. 200, ter tegemoetkoming in de kosten van het verbouwen van het diaconiehuis, bewoond door de wed. Rikkers, op de gr. Kolonie. De verbouwing kostte f. 374,65. Door de Diakonie is tevens verkocht een huisje op de Kl. Kolonie, indertijd bewoond door de wed. Pluim, voor de prijs van f. 37,50. Dit huis was de kosten van verbouwen niet meer waard, volgens de diaconie.
Op 27 februari werd in het logement Mouw, de Zwaan, weer een vergadering gehouden van aandeelhouders in de Elspeterbos. Hierin werd met meerderheid van stemmen besloten tot wijziging der statuten, van de vennootschap, met het doel om de bos
te kunnen verkopen.
Pastorie, Kerk en Diaconie stemden tegen. De voorzitter van het bestuur geeft aan de afgevaardigden naar deze vergadering, Ds. Kalshoven, Jacob van de Zande en Aart van de Zande de boodschap mee dat men nog 14 dagen tijd gaf, om op dit tegenstemmen terug te komen.
Onder al deze dreigementen gingen de kerk-colleges tenslotte op 4 maart 1914 door de bocht en schreven het bosbestuur dat zij accoord gingen met de verkoop van de bos.
Maar dan gebeurt er in april iets eigenaardigs. De Diaconie van Garderen, die ook aandelen in het bos bezat, deelde de broeders in Elspeet mee dat zij niet accoord ging met de verkoop, tegen f. 3000 per aandeel. De beide bestuursleden uit Garderen, G. v.
Essen en J. Versteeg, hadden hun aandelen reeds verkocht voor f. 3000 onder de voorwaarde van meer geld als er aandelen duurder betaald zouden worden. De kerkeraad van Garderen had hierop taxatie laten doen. Deze taxatie kwam uit op f.257.350
voor het hele bos of f. 4500 per aandeel.
De 12 de mei 1914 vroeg de kerkeraad van Elspeet aan het Classicaal bestuur te Harderwijk toestemming tot de verkoop.
Blijkens het schrijven van 4 juni gaf men te Harderwijk geen toestemming tot de verkoop en hiermee was men weer op het oude punt terug gekomen.
In een gecomb. vergadering op 18 mei was inmiddels al besloten om het bosbestuur te berichten dat de verg. haar volle vrijheid betreffende de verkoop terug nam. Misschien door de veel hogere taxatie in Garderen.
Op 26 mei vergaderde het bosbestuur met de aandeelhouders weer in de Zwaan en daar werd het voorstel van het bosbestuur, om het bos te verkopen voor f. 162.000, met 19 tegen 16 stemmen afgewezen.
De 23ste juni 1914 werd in een vergadering van het bosbestuur met algemene stemmen besloten om Z.K.H. de Prins te vragen, een ander bod te doen, tegenover de eis van f. 4500 per aandeel. (van Garderen) Op dit verzoek is vermoedelijk niet ingegaan door de Prins, want eerst op 29 augustus 1916 is er weer een vergadering van het bosbestuur, met de aandeelhouders.
In deze vergadering werd met meerderheid van stemmen besloten:
1e Om het bos te verkopen
2e Het te verkopen door middel van openbare inschrijving in gesloten brieven, vóór 1 november 1916 in te leveren bij de voorz. Jhr. Sandberg te Apeldoorn.
3e Om deze verkoop aan te kondigen in voorname couranten. Genoemd werd de Nieuwe Rotterdamse Courant. De advertentie daartoe werd opgemaakt.
4e Om op 3 november een vergadering te houden en de ingekomen brieven te openen en de toewijzing te doen van het bos.
Een voorstel in deze vergadering, om de Prins alsnog de voorkeur te geven, werd afgekeurd, aldus de notulen.
Op de gecomb. vergadering van kerkeraad, kerkvoogden en notabelen, van 15 september hierop volgende, was met aller instemming aanwezig de heer Kleijweg de Zwaan, tijdelijk te Elspeet wonende. Zijn aanwezigheid had ten doel de broeders inlichtingen te verschaffen, namens de heer Korthals Altes te Amsterdam, grondeigenaar alhier, ten aanzien van het plan tot oprichting van een nieuwe vennootschap betreffende het Elspeterbos. Op deze wijze wilde men trachten te beletten dat het bos een omrasterd wildpark zou worden, indien de Prins het in eigendom verkreeg. Alle aanwezigen keurden het voornemen goed, als de zaak op een deugdelijke grondslag gevestigd zou worden. Die goedkeuring werd op 18 en 27 september ontvangen.
Zo naderde dan, na jarenlange strijd om het bezit van het bos, de beslissende datum, 3 november 1916.Hierover werd het volgende opgetekend:
‘De gewichtige dag, waarop het zou uitgewezen worden, wie de toekomstige bezitter zal zijn.
De vergadering is begonnen met de mededeling door de voorzitter, de heer Sandberg van Leuvens(?), dat er 2 biljetten van inschrijving bij hem ingekomen waren.
De ene was van de Heer Korthals Altes, die voor de som van 202 duizend gulden had ingeschreven; en de tweede van de Heer H. van Beuningen te Kerk-Avezaath, voor 270 duizend gulden. De heer Tutein Nolthenius, opperhoutvester van H.M. de Koningin, meende dat er in de vergadering van 29 augustus 1916 was aangenomen om het bos aan Z.K.H. de Prins aan te bieden, voor het bod van hem die het hoogste had ingeschreven. Er was daar wel over gesproken, maar toen van de hand gewezen.
De voorzitter, Sandberg, bracht ter tafel een schriftelijk advies, van een advocaat, door zijn ed. geraadpleegd om de pastor loci Ds. Kalshoven, inde vergadering aanwezig, (al gedurende de 17 jaren van zijn verblijf te Elspeet zonder aanmerking toegelaten tot het deelnemen in de zaak van het Elspeterbos, waarin de pastorie 7½ aandeel heeft) nu opeens onbevoegd te verklaren, om zijn 3 stemmen uit te brengen. De pastor loci verklaarde dat die heer advocaat zeker geen verstand bleek te hebben van deze zaak. Of het werk van bovengenoemde heren ten doel had om verwarring te brengen in de stemming? Ze alzo onwettig te maken; dit
zullen die Heeren zelf het beste weten en ook waartoe dit moet dienen.
Het einde van de zaak is geweest dat het bos voor de ingeschreven som van f. 270.000 aan de heer H. van Beuningen is toegewezen. Tegen inlevering van bewijzen van aandeel en dividendbewijzen, werd 2 januari 1917 aangewezen als de dag der vereffening. Tenslotte werd behandeld de zaak aangaande de boswachter Slijkhuis en werd voorgesteld om, indien de heer van Beuningen hem niet overnam als boswachter, hem dan een gratificatie van f. 1000 toe te kennen.
Aan het einde van de bijeenkomst, heeft de pastor loci aan de voorz. Het woord gevraagd, om het bosbestuur te bedanken voor zijn veeljarige dienst en om de Heer van Beuningen, in de vergadering aanwezig, de belangen der gemeente Elspeet aan te bevelen.
Hierop heeft de heer van Beuningen geantwoord, dat als Elspeet het met hem goed maakte, hij het zou goed maken met de gemeente.
Waarom of waarvoor Ds. Kalshoven de voorzitter van het bosbestuur diende te bedanken, is niet erg duidelijk. Het zou vermoedelijk meer op de weg van Sandberg en zijn medeleden gelegen hebben om dankbaarheid te tonen tegenover Ds. Kalshoven en het kerkbestuur.

Door hun voorzichtige tegenstrevende houding bedroeg de opbrengst van het bos f. 100.000 meer, wat in die tijd een enorm kapitaal was. Bovendien kwam het bos in handen van iemand die zou blijken een weldoener voor Elspeet te zijn.
Niet echter alleen het bosbestuur, maar de hele gemeente van Elspeet, had meer dan voldoende reden om Kerkeraad, Kerkvoogden en Notabelen uit die jaren zeer dankbaar te zijn voor hun eendrachtige houding. Van Beuningen, als boseigenaar, ging wonen aan de rand van het bos, in de grote houten villa, hoek Apeldoornseweg-Vaassenseweg.
Kort nadat hij in Elspeet kwam, moet hij ook nog een paar boerderijen met grond gekocht hebben. De Grote Hof was in 1921 ook in zijn bezit. Het grondgebied van de familie werd later nog enorm uitgebreid, door de aankoop van de Noorderheide, tusschen de Elspeterbos en Vierhouten.
Daar, aan de rand van Vierhouten, liet men een heel groot landhuis bouwen, zichtbaar vanaf de weg Elspeet-Vierhouten.
Nu de weduwe van de tweede van Beuningen, D G. enige tijd geleden is overleden en er helaas geen kinderen waren, zou het huis begin november 1982 verkocht worden. De laatste octoberdag, op de valreep, kregen wij en onze vrienden, prominenten van Elspeet, de gelegenheid het zeer uitgebreide bezit in ogenschouw te nemen.
Hiervan dankbaar gebruik makend, stopte ik de bewuste middag, voor wat ik vermoedde de oprijlaan van het landgoed te zijn. Juist naderde uit de richting Vierhouten een oudere dame, die ik aansprak, informerende of hierachter het huis lag dat binnenkort verkocht zou worden. De dame, kennelijk niet de vrouw van Jan Modaal, keek mij een moment aan, wellicht denkende dat ik een optrekje voor de zomerdag of een goedkoop bungalowtje zocht, antwoordde bevestigend en terwijl zij
zich omdraaide, voegde ze er aan toe: ’maar het is wel een heel groot huis meneer’.
Ik zei dit te weten en liet er achteloos zacht op volgen dat dit geen bezwaar was en dat was het voor ons doel ook niet. Dan draaide de dame zich nog eens om en wees uiterst vriendelijk de woning van de beheerder, met de woorden: ‘daar zal men u
zeker meer inlichtingen geven’.
Wij reden dan tot een groot ijzeren toegangshek en ja daar woonde de beheerder, als een poortwachter.
Dit huis was al zo groot dat een uitgebreid gezin nog voldoende ruimte zou hebben. Nu woonde de sympathieke poortwachter er alleen met een lieve vrouw en een klein koppeltje kinderen. Wij dronken er gezellig thee, bij de mooie open haard, met
glazen deurtjes, en later nog iets anders.
Achter het huis kwamen we langs een grote loop of kennel, alleen zat er geen hond in maar een wild zwijn. Het beest zag er zeer gezond uit, maar ik had toch zo de indruk dat het de kerstdagen niet zou overleven.
Na enkele tientallen meters staan we dan voor het landhuis. Het is een gebouw dat naar mijn mening uitstekend bij het ruige landschap is aangepast. Een eerste indruk doet vermoeden dat het geheel bestaat uit drie flinke, aan elkaar gebouwde bungalows. Maar dan wel bungalows van een wat plompe soliditeit. Alle deuren, luiken enz.
zijn van zwaar eikenhout. Alle dakgoten en afvoerpijpen, niet van zink, maar van koper. Alle hang- en sluitwerk van bijzonder zware kwaliteit.
Boven de hoofdingang was in steen uitgehouwen: rechts een wild zwijn en links een zittende vrouwenfiguur. Zwijntje en Trijntje. Hier zeker meer op zijn plaats als Wijntje en Trijntje.
In een der ruimten binnen waren twee grote kaarten, plattegronden blijven hangen.
Eén van de Noorderhei en één van de Elspeterbos. Het bijzondere van de laatste kaart was dat er verschillende benamingen op voor kwamen die voor ons totaal onbekend waren. Hoe dit mogelijk is blijft voorlopig nog een groot probleem. We
hadden ook geen tijd om ons er lang in te verdiepen, want het wild diende omstreeks half vier gevoerd te worden.
Tien stappen van het huis zaten we al in het bos en daar tusschen een paar schuurtjes, waar het voer gehaald moest worden, stond een grote bok met een prachtig gewei, als een standbeeld, als het ware op ons te wachten. Roerloos bleef hij staan,
totdat we op minder dan tien meter genaderd waren. Langzaam keerde hij dan om en droop af tusschen de bomen.
Langs de voerplaatsen, door bos en hei, wandelden we meer dan een uur, via Toniapad en Heidepad. Flinke roedels herten en moeflons lieten zich alleen uit de verte bekijken.
Zij hebben ons vermoedelijk begluurd tot wij weer uit hun contreien vertrokken waren.
Maar het begluren ging ons gemakkelijker af, wij waren in het voordeel doordat we over twee prima kijkers beschikten. Geen van ons had eerder een kudde moeflons gezien.
Op honderd meter afstand van de villa lag een prachtig zwembad en weer iets verder een hele grote, met de hand gegraven vijver, met veel vis en waterlelies in alle kleuren.
Een wandelpad liep er rondom, met hier en daar een zitbankje. Het enige dat hier niet was, dat was een tuin. Zelfs van een siertuin was geen spoor te ontdekken. Eerlijk gezegd stoorde dit ook helemaal niet. Het paste er gewoon niet bij. Ik wil ook aannemen dat de fam. maar zelden de neiging gevoeld heeft om eens een avondje de tuin te wieden. Het zich behelpen zal ook wat dat betreft , niet zo erg moeilijk zijn geweest.
Trouwens, nog belangrijker dan een goede tuinman is een goede vaderlander en dat is de heer van Beuningen en zijn jachtopziener Willem van Putten in de oorlogsjaren geweest.
Het achterste deel van zijn terrein, de Noorderhei, werd gevormd door de destijds
bekende ‘zesendertig bunder’, grenzend aan het Kroondomein en dicht bij de Elspeterbos.

Het voledige originele verslag is ook als download beschikbaar.

Bron: J. v/d Zande

Wie is online?

We hebben 68 gasten en geen leden online