user_mobilelogo

De laatste razzia (te Veessen).

lubertus b van huffelenLubertus B. van Huffelen, bron: boek "Het Grote Gebod".Bertus van Huffelen zat samen met zijn broers en vader in de groep van Ds. Buenk. Nadat zijn school (de openbare lagere school) in Elspeet waar hij onderwijzer was door de Duitsers in beslag was genomen was hij naar huis (te Veessen) teruggekeerd. Op 21 maart 1945 kwamen de Duitsers opnieuw voor een razzia naar Veessen.
Bertus was onderweg om de plaatselijke onderduikers voor de razzia te waarschuwen en trachtte daarna zelf te vluchten. Op de IJsseldijk werd hij door de Duitsers aangehouden. Zijn verzoek om thuis een jas te mogen halen werd hem noodlottig. Thuisgekomen en zijn jas aantrekkend ontdekte hij een aantal exemplaren van het illegale Trouw in zijn jas. Bertus probeert in paniek te vluchten. Een
Duitser schiet hem tien meter van zijn huis tijdens zijn vluchtpoging in de onderbuik. Zijn moeder die op het schieten naar buiten komt wordt door diezelfde Duitser in haar rechterhiel geschoten. Op dat moment komt zijn vader aan fietsen. grafmonument Lubertus Berend van HuffelenPolitieman Van Huffelen wordt door dezelfde Duitser ontwapend.
Samen met zijn vader en nog enkele arrestanten wordt Bertus zwaar gewond op een platte boerenwagen naar Zwolle gebracht. In Wijhe aan de overkant van Veessen werd de zwaar gewonde Bertus door de commandant van de Grüne Polizei verhoord nadat zij hem de trappen hebben opgesleept naar een bovenverdieping. Bertus overleed op 22 maart ‘s avonds laat aan zijn verwondingen in het gevangenishospitaal te Zwolle. Bertus werd in Zwolle begraven. Na de oorlog is hij herbegraven op de begraafplaats van Veessen. Van Huffelen sr werd in het huis van Bewaring opgesloten en is enkele dagen later vrijgelaten.

Verzetsstrijder en oorlogsslachtoffer Lubertus Berend van Huffelen is geboren op 23-01-1917 en overleden op 22-03-1945.

bron: www.hervormdegemeenteveessen.nl

Het verhaal achter het graf van Harmanus Nadus Steentjes.

Familie SteentjesFamilie Steentjes in September 1944

Op de begraafplaats in Elspeet is een graf aanwezig van Harmanus Nadus Steentjes. Dit betreft een graf uit februari 1945 en wordt genoemd als graf van een oorlogsslachtoffer. Tot op heden was het verhaal rond zijn verzetswerk en overlijden niet bekend. Vanuit  belangstelling het verhaal vast te leggen voor de toekomst hebben we contact gelegd met nabestaanden.

Herman SteentjesHerman SteentjesNa een avondje zoeken op internet was de zoon van Harmanus Nadus Steentjes al snel gevonden. Zijn zoon Hans Steentjes stond open voor een gesprek en geeft aan dat zijn vader Herman genoemd werd. Hans Steentjes vertelt op een zaterdag in april 2016 het oorlogsverhaal van zijn vader Herman Steentjes.

Vader Herman werd geboren in 1904. In zijn jeugd was hij lid van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC). De AJC was een jeugdbeweging die tot doel had de arbeidersjeugd te ontwikkelen. De Paasheuvel in Vierhouten was een bekend kampeer- en samenkomstterrein van de AJC. Herman kwam hier regelmatig en had er een uitgebreide vriendenkring. Bij de AJC vondt hij ook zijn vrouw Maria Elisabeth Brendel. Samen kregen ze in 1939 zoon Hans.

 

Bij het uitbreken van de oorlog was Herman zelf en ook zijn vriendengroep vanuit het innerlijk gedachtengoed zeer gemotiveerd om in verzet te komen. Voor Herman speelde wellicht ook mee dat hij werkzaam was als onderhoudsman/huisschilder bij het gemeente ziekenhuis in Arnhem. Omdat voor het verzet al snel medische hulpmiddelen en apparatuur nodig waren moest dit vanuit het ziekenhuis meegenomen worden. Hiervoor kwamen zijn diensten goed van pas. Later zijn bij een overval op het Elisabeth gasthuis veel medische instrumenten vanuit een operatiekamer buit gemaakt door het verzet.
Door zijn werk in het ziekenhuis kon Herman ook de inzet van de ambulance regelen. Hierdoor raakte hij betrokken bij transporten van vliegeniers en andere personen die het land moesten verlaten.

Door zijn betrokkenheid bij het verzet werd Herman inmiddels gezocht door de Duitsers. Hierdoor moesten ze van Arnhem naar Velp verhuizen. Zijn zoon Hans herinnerd zich nog een vervelend bezoek van de Duitsers in Velp bij een zoektocht naar zijn vader. Hierbij werd door de Duitsers door vermoedelijke openruimten bij serredeuren geschoten. Gelukkig was vader Herman toen niet thuis.
In 1944 moest Herman met zijn gezin opnieuw verhuizen omdat in de nabijheid ernstig werd gevochten. Hij en zijn gezin gingen als evaque’s naar Hilversum.  Zoon Hans herinnert zich Hilversum nog erg goed omdat hij daar een inslag van een V1 meemaakte. Tijdens deze inslag is zijn vader op hem gedoken om hem met zijn lichaam te beschermen.

fiets resOndertussen gingen de transporten voor het verzet door. De transporten namen zelfs toe. Onderduikers moesten immers eten en daar was geld voor nodig. Er waren onderduikers die hiervoor probeerden werkzaamheden te verrichten. Zo werden door onderduikers onder andere zagen gemaakt en zagen geslepen. Deze spullen werden door Herman naar de onderduik locaties gebracht en na het uitvoeren van de werkzaamheden weer opgehaald. Dergelijke transporten deed hij ook op de Veluwe. Zijn kennis in deze buurt vanuit de AJC tijd kwam hem hierbij goed van pas.

Op 19 februari 1945 had hij geslepen zaagbladen opgehaald. Met deze zaagbladen aan zijn fiets kwam hij door Elspeet fietsen. Tijdens zijn tocht door Elspeet heeft hij nog met iemand uit het verzet gesproken die de fietsroute voor hem in de gaten hield. Na het gesprek is deze persoon weer het bos ingegaan. Net na het gesprek werd hij om onbekende reden toch aangehouden. Bij zijn aanhouding werd hij beschoten waardoor hij ter plaatse is overleden. Vermoedelijk heeft de verzetsman die de weg in de gaten hield hiervan melding gedaan aan de familie. Hierdoor is het proces van aangifte van overlijden en begraven in werking gezet.

Zoon Hans kan zich nog goed herinneren  dat in Hilversum zijn moeder werd weggeroepen. Ze kwam huilend terug en zei tegen Hans dat zijn vader was overleden aan een hartaanval. Hans was toen 5 jaar. Pas jaren later hoorde hij van zijn ooms Jan en Gerard Brendel dat zijn vader was doodgeschoten. Zijn moeder heeft deze moeilijke dag vastgelegd in een tekening en een gedicht.

factuur resBetalingsbewijs eigen grafDe gevolgen voor het gezin bestaand uit moeder Maria Elisabeth en zoon Hans waren verschrikkelijk. Naast het verlies van hun man en vader bleek ook huisvesting voor een alleenstaande vrouw met kind erg moeilijk te zijn. Hierdoor moesten ze ook na de oorlog nog vaak verhuizen.
Ondanks het feit dat ze nauwelijks geld hadden had moeder Maria Elisabeth er voor gekozen haar man 1e klas te begraven. Later heeft ze het graf ook aangekocht. Mede hierdoor was er geen geld voor een grafmonument. Herman had vanuit de AJC tijd een vriend Evert Jan van Maanen die beeldhouwer was. Men noemde hem Eef van Maanen. Eef van Maanen heeft meerdere grafmonumenten gemaakt en heeft ook meegewerk aan oorlogsmonumenten. Na de oorlog heeft hij gratis een grafmonument voor Herman gemaakt bestaand uit een manshoog beeld. Dit beeld droeg in zijn linkerhand een kaars waarvan bij de vlam met zijn rechterhand beschermde.

Grafzerk SteentjesGrafmonumentNadat het monument was geplaatst was het voor moeder Maria Elisabeth en haar zoon moeilijk het graf te bezoeken. De afstand Arnhem – Elspeet was moeilijk te overbruggen. Toen zoon Hans in militaire dienst kwam ging dat beter. Hij werd gelegerd op de Wittenberg waar hij chauffeur was. Hierdoor was hij regelmatig in de gelegenheid het graf te bezoeken. Bij zijn huwelijk hebben ze als bruidspaar als eerbetoon het bruidsboeket op het graf van vader Herman gelegd.

Steentjes 1996Monument in 1996 (foto: D. Baas)Door omstandigheden is het bezoeken van het graf later afgenomen. De leeftijd van moeder Maria Elisabeth en de visuele beperking van zoon Hans waren hier mede oorzaak aan. Het grafmonument was in 1996 nog in redelijke staat maar is desondanks rond het jaar 2007 door gemeente Nunspeet verwijderd.
Maria Elisabeth was echter erg kunstzinnig en hield tijdens de oorlog een dagboek bij in de vorm van schetsen gecombineerd met gedichten. Hierdoor zijn er toch herinneringen bewaard gebleven aan van de oorlog en het overlijden van Herman. Een verhaal wat het waard is om verteld te blijven worden.

 

 

Bekijk onderstaande video reportage van tekeningen en gedichten.

Kijk de videofilm voor beelden met gedichten. Hieronder worden enkel de tekeningen weergeven.

Het boze gerucht
Dat in het bos weeklagen schiep
Het heksenmoeras is in rep en roer
In wilde vaart rent het bosvolkje voort...
Dat door de intree van prins herfst
Wat is het wat de rust verstoord
De bittere noodzaak die een mens doet vluchten
We hebben elkaar en we hebben ons kind
...Van Huis en Hof...
...Moeder...
De dagen zijn wat wij ze maken...
Ik kreeg de kracht om te fietsen
Peerdeblom, veronachtzaamd om je naam...
's Graveland - Hilversum October 1944 - Februari 1945  
01/15 
start stop bwd fwd
           
       
       

Zesendertig bunder"Nachten op de zes en dertig bunder"

Droppingszone RUMMY III, kaalslag op de de Noorderheide, bij Elspeet:

Op de Noorderheide, bij Elspeet is in de oorlog veel ammunitie gedropt, DZ RUMMY III, de 36 bunder, een stuk kaalslag. DZ RUMMY III is  het grootste droppings terrein geweest in de WOII, daar is 30.000 – 40.000 kg aan wapens en sabotage materiaal e.d. gedropt. Een klein detail, maar mooi om te weten, is dat met een van deze vluchten penicilline mee gedropt is t.b.v. Dr Willem Wolfensperger de kampdokter van het Pas Op kamp in Vierhouten. Het was de eerste penicilline in Nederland. De periode dat er gedropt is van 11 op 12 sept, 21 op 22 sept, 22 op 23 sept, 28 op 29 sept,  1 op 2 okt en 2 op 3 okt 1944.

Datum Sqdn. Type Piloot Piloot Uitv. Bijzonderheden
11/12-9-44 299 Stirling S/L. Dale Rummy 3 Ja 18 containers, 5 pakketten
21/22-9-44 298 Halifax P/O. Wilson Rummy 3 Nee Geen ontvangst
22/23-9-44 644 Halifax F/O. Baird Rummy 3 Ja 15 containers, 1 pakket
28/29-9-44 299 Stirling F/O. Harris Rummy 3 Ja 23 containers, (een hangup),
2 pakketten
1/2-10-44 196 Stirling F/O. Powell Rummy 3 Ja 24 containers, 4 pakketten
2/3-10-44 570 Stirling P/O. Williams Rummy 3 Nee  

Een overzicht van de wapendroppings op de 'Zesendertig Bunder' (codenaam Rummy 3).
Bron G.J. Zwanenburg

Onderstaand verhaal komt uit het boek "Ik draag u op" hetwelk geschreven is door wijlen de heer Middelbeek uit Apeldoorn.{WISroGIS map_id='29' ~}

SEPTEMBER 1944. Zeven uur. Op het noodkacheltje in de blokhut suddert de pan met hutspot. Hutspot met wilde zwijnenvlees. We hebben het hier maar prima. Uit Apeldoorn ontvangen we geregeld al die kleine behoeften die het leven aangenaam maken en tevens voldoende tabak al is het dan maar ordinaire BéKa en niet meer goudgele shag, die onze geallieerde bevoorraders nu nog maar zo zelden met de wapenzendingen meesturen. Ook de huisvesting is nu een stuk beter sinds van Beuningen de ploeg in de watertoren achter op zijn landgoed ontdekt heeft waar de jongens de nacht op de stenen vloeren tussen de machines doorbrachten. Hij heeft ze nu onder gebracht in twee blokhutten, diep in het kreupelhout aan het „Wildernispad". Van de villa brengt Willem ons nu dagelijks de warme maaltijd, 'n Goliath's portie van prima hoedanigheid. Klaas staat in zijn hemdsmouwen voor de kachel en stookt, zijn rossige kop raakt nagenoeg de zolder. „Ik ga maar weer eens naar de villa want ik moet ook de zwijnen nog voeren": Willem staat op en springt op zijn fiets. Met een brede lach zwaait hij de talloze bochten om van het smalle slingerpaadje naar het open veld. Het doet hem kennelijk genoegen ook iets voor de goede zaak te kunnen doen. Later, als ze hem in het kamp te Amersfoort hebben en hij onder zware mishandeling blijft zwijgen, toont hij hoe zeer de goede wil oprecht is en geen bevlieging van het ogenblik. Het wordt donker, langzamerhand, en stil om de hut. Met een briesje soms hagelen er eikels neer, dichtbij en veraf. Af en toe is er een onverwacht geluid dat één van ons met een pistool in de hand naar buiten doet gaan Loos alarm, voor de zoveelste maal. Die gekke zwijnen, ze draven door het kreupelhout met een hele koppel en blijven dan staan wroetend, zich schurend tegen eikenboompjes, de jongen met hoge soms haast menselijke geluiden, de ouderen met een diep gegrom. Laat ze maar, ze zoeken eikels, afval en ongedierte. En zolang zij hier argeloos rondzwerven, betekent het voor ons dat er geen onraad is. Het wordt nu toch tijd, dat langzamerhand onze kameraad terugkomt van de telefoonpost. Mooi karweitje is dat, elke avond na „Spertijd" zonder papieren over het Elspeterpad naar het Boschhuis in Gortel of soms langs de grintweg naar Niersen. Bij Kersten op het Boshuis en op de boswachterij in Niersen bij Huiskamp is het wel gezellig. Je hoort er lange verhalen over de jacht, de herten en de vossen, drinkt een koffie, speelt er een spelletje van zestien en hoort er het laatste nieuws. Dan maar wachten tot een uur of negen á half tien of de code is doorgekomen. Die raadselachtige geheimzinnige slagzinnen welke over de radio bekend worden gemaakt, waarvan de leek zich afvraagt of dat nu maar dwaze misleiding van de vijand is of dat het werkelijke code mededelingen zijn, maar welke voor de insiders een wrange galgenhumor bezitten: „Gooi olie op het water, dán zal het beter gaan!' ,,Het komt wéér als mosterd na de maaltijd!" Dat zijn de aanduidingen voor onze geheime vliegvelden in de Arnhemdagen van 1944. Later, bij andere acties, als ook voor de verzetsbeweging de nood tot het uiterste gestegen is zijn er weer andere. Of het toeval is geweest of opzet, dat is mij niet bekend maar veelal werd in de slagzinnen de toestand van het moment weerspiegeld „De wagen wordt tè zwaar, het paard kan 't niet meer trekken!" En later, als de bevrijding voor onze stad onmiddellijk voor de deur staat, en voor de gewesten achter de rivieren aan de verzetsbewegingen de activiteitsfrasen in code's worden bekend gemaakt zijn er: „Het glas is gebroken"! — „De melk kookt over"! — „De appel is geel!" Dat betekent dan voor ons zoveel als „het is zo ver-. Bij elke nieuwe slagzin begon een nieuwe activiteitsfrase. Deze avond duurt het lang voor er bericht komt. Als het wachten verveelt, gaat de boswachter naar de telefoon en belt zelf maar eens op naar jonge Kees op Blauwbles. „Hoe zit dat, gaat het niet door vannacht?" „ja zeker wel, maar we hadden nog iets te regelen zodat we niet direct konden bellen. We komen nog vanavond met de truck. Overigens, geen haast, er is bij de slagzin meegedeeld dat „De deelnemers worden verzocht twee uur later op het feest aanwezig te zijn." „Tot vannacht dan". „Ja, saluut!" Dan de fietstocht terug, over de stikdonkere weg, zonder licht. Scherp oplettend op Duitse patrouilles, het is al enige uren in de spertijd. Af en toe hoor je geluiden, lopen, kraken van takken in het bos. Het zijn weer wilde zwijnen, zij komen uit de dennenbossen en zoeken nu in de nacht eikels onder de bomen langs de grintweg. Je leert die geluiden kennen maar je blijft op je qui-vive van ogenblik tot ogenblik. Wij hebben er het al eens over gehad. Wat moet je zeggen als je nu onverhoeds op een moffenpatrouille stuit? „Ik zeg maar, dat ik werk voor de evacuatie van de Arnhemmers.- „Maar je hebt geen papieren.- „Nee, natuurlijk niet, maar dat kan ook moeilijk wegens de urgentie, daar de evacuatie zo onverwachts gekomen is en de mensen nu over allerlei dorpjes moeten worden ondergebracht. En dan afwachten of ze een dergelijk verhaaltje geloven en zo niet, je best doen om er tussen uit te piepen." Veel meer mogelijkheden zijn er niet, daar zijn we het spoedig over eens. Maar nu wordt het toch werkelijk tijd, dat onze kameraad terugkomt van de telefoonpost. We denken al aan onprettige zaken, zo laat is het nog nooit geworden, het loopt nu al tegen elven. Gelukkig, een ogenblik horen we kraken, een trapper van een fiets die tegen een boomstronk stoot. Met pistool op scherp naar buiten. Gedempt klinken de stemmen: „Halt, wachtwoord!" „Wildzwijn." „Oké. Hoe zit het, is de code door?" „Ja, dat wordt weer werken vannacht, jongens!" We hebben nog wat tijd, gaan in de hut en steken daar een sigaretje op. Te roken hebben we genoeg, de fouragering van de vliegveldwacht is prima. Dat danken we aan andere kameraden, die de distributie kantoren beroven, en dit alles langs een ingewikkeld apparaat aan de onderduikers verdelen, maar er, terecht, eerst een toereikende portie voor de eigen verzetsgroepen afhouden. Na een half uur arriveert de wagen. Hij komt hobbelend langs het Elspeterpad, zonder lichten door de diepe moddersporen. Hier en daar ramt hij een paaltje tussen het karrenspoor en het fietspad en draait dan het hek binnen van het Kroondomein, knarst met een luide snerp langs de hoekpaal en wordt op een zijpaadje geparkeerd. Vanuit de hut horen we de portieren dichtslaan, zo zacht mogelijk maar over de stille heide toch kilometers ver hoorbaar. We gaan naar buiten en plaatsen ons in het donker tussen de bomen achter de open plek, welke voor de hutten ligt. Een tien minuten is het stil. Dan horen we het snerpen van roestig ijzerdraad dat door de krammen glijdt: „Ze klimmen over het hoge raster. dat van Beuningen's bos van het Kroondomein scheidt." Nu nadert een lichtje aangloeiend en dovend. De voorste man met een knijpkatje zoekt zijn weg langs het smalle, voor niet ingewijden onvindbare paadje dat van de watertoren door het kreupelhout naar de hutten loopt. Achter hem, onzichtbaar, een lange rij zwijgende gestalten, hun zware stappen klinken op het bospad. De voorste man betreedt nu de open ruimte voor de hutten. Met een harde klink zet de wacht tussen de donkere struiken zijn wapen scherp. Gedempt: „Halt, Wachtwoord!" Kalm klinkt het antwoord: „Wild Zwijn!" „Oké, kom naar voren jongens. Welke bewapening brengen jullie mee?" „Vijf colt automatics, zes Webley's, vier Stenguns en wat handgranaten". „Prima, daar moeten we het dan maar mee rooien vannacht". Een man of achttien in beide hutten, veel ruimte is dat niet. In de ene kunnen er zes, in de andere twaalf en dan zitten we nog als de bekende sardines in het Portugese blikje. In alle rust worden pijp en sigaretten opgestoken, de lampen gecontroleerd en de wapens nagezien. Karel staat buiten op wacht. „Het wordt nu tijd jongens," Wim Roebelink staat op, de anderen volgen. Weer gaat een lange colonne het slingerpad af, hand in hand, en een gedempt blauw lampje voorop. „Het feest zal twee uur later beginnen"; werd met de slagzin meegedeeld. Ja, ja, als dat een feest is, dan zal dit wel de polonaise zijn. Op het afwerpterrein, onder de insiders bekend als „De Zesendertig Bunder-, krijgt ieder zijn taak toegewezen. Eén wacht op elke hoek van het terrein, één aan het Elspeterpad. Voor het geval, dat daar Duitse patrouilles langs zullen komen, zoals nog al eens gebeurt. Bij een dropping twee dagen terug is er nog een groepje van onze mannen op het Elspeterpad op een moffenpatrouille gestuit, welke hen niet waarnam daar ze bijtijds in de struiken waren weggedoken. De vorige nacht is er nog een succesloze huiszoeking bij een officier in Vierhouten geweest door de Grüne Polizei. Op de vraag van de huisheer aan den bevelvoerenden Duitsen officier, wát ze toch in 's hemelsnaam zochten in zijn huis werd hem ten antwoord gegeven: „Wallen, mein Herr, es sind hier namlich schrecklich viel Partisanen in dieser Gegend." Voor ons is het dus noodzakelijk om buitengewoon op onze hoede te zijn. De wachten krijgen opdracht, om in geval van alarm op de centrale groep terug te vallen en den commandant in te lichten. De rest der beschikbare mannen worden over de verschillende bakens verdeeld. Het seinbaken wordt nogmaals op de letterseinen geïnstrueerd. „Nog eens afgesproken mannen. Er wordt niet gerookt, niet gesproken, dus uiterste stilte betracht. Laat ieder zich realiseren, hoe ontzaggelijk ver het geringste geluid kan worden waargenomen nu het Herfst is en stil in de bossen. Er zoemen geen insecten meer en er zingen geen vogels die voortdurend de stilte breken. Begrepen?” Ieder begeeft zich naar zijn post. Het middelste baken moet volgens opdracht van Allied High Command een open vuur zijn. Bengaals vuur of iets dergelijks. We hebben besloten ditmaal eigenmachtig" inbreuk te maken op deze instructie. Een dergelijk open vuur is in een donkere nacht op vele kilometers afstand zichtbaar. Dat is ons bij de vorige droppingen overduidelijk gebleken. We laten het open vuur achterwege en plaatsen de sterkste lamp in het midden. Nu wachten we weer uren, als zovele nachten, koud en lang. Soms tot de ochtendschemer, voor niets. Ja het komt nog al eens voor dat onze geallieerde vrienden hun afspraken niet houden. Het is deprimerend die lange en koude natte doorwaakte nachten op zo’n veld. Maar hebben we redenen om te klagen? We kennen de oorzaken niet. Is het weer voor navigatie ongeschikt geweest, is het vliegtuig onderweg soms neergeschoten? Voor ons zijn de bedoelde vliegtuigen goed te herkennen aan het geluid en bovendien, Duitse vliegtuigen zijn er 's nachts niet dikwijls in de lucht. De onze moet laag overkomen en recht op het veld komen aansuizen. Het middelste baken zal dan eerst aangaan want daar zijn degenen geplaatst die de meeste ervaring hebben. Echter deze nacht vergissen zij zich. Op een gegeven moment wordt het middelste baken ontstoken. De anderen volgen plichtsgetrouw. doch, het blijken drie Duitse nachtjagers te zijn. Zij maken een scherpe draai en komen vlak over de bakenlijn scheren, verbaasd over die onverwachte lichten beneden. Wij doven snel. Zij stijgen scherp eStootkussensGedeelten van de stootkussensn vliegen nog een keer rondom het veld, vermoedelijk om hun positie te bepalen. Wat zullen ze doen, de positie van het veld opnemen en dan het geziene rapporteren op hun basis, het vliegveld Deelen? Dat zou hoogst ongunstig zijn. Enfin, wij wachten maar af. Het is een waarlijk onrustige nacht dit keer. Elke nacht zien we rode flitsen langs de lucht in de richting van Arnhem, Oosterbeek en Eist. Daar boemen de Duitsche Tiger-tanks en zware kanonnen hun moordende last op de vertwijfelde vechtende eenheden van de First British Airborne Division. Zij kunnen het nog even vol houden, een kwestie van dagen. Wij nog een week of wat. En dan gaat het ook met „De Ondergrondse" onherroepelijk bergaf. Een dergelijke topactiviteit van sabotage, spoorwegen opblazen, droppingen, wapentransporten en spionage is niet maandenlang vol te houden zonder dat het verraad of de S.D. ergens een draadje te pakken krijgt. Dat alles geeft ons een gevoel van verbondenheid met de parachutisten welke daar moeten strijden onder de lichtende hemel in het Zuiden. Nu, vannacht, is het waar vuurwerk in alle richtingen Noord, Oost, Zuid en West; rode, oranje en gele vuurpijlen gaan van de grond omhoog, Felle lichtkogels zakken hier en daar heel langzaam naar beneden. De oorzaak en het ware doel van deze nachtelijke schouwspelen is ons nooit bekend geworden. Langzaam zakt een lichte nevel over het veld. Het wordt doordringend koud. De verste post is niet meer te zien, de anderen nog heel vaag, een groepje zwijgende donkere gestalten in de nevel. In de verten, in de bossen en op de heidevlakten van het Kroondomein klinkt nu en dan een zwaar lang aangehouden geloei. Dat zijn de hertenbokken, die hun mededingers uitdagen welke jaloers zijn op hun harem bezit. Af en toe klinkt er blaffen uit de richting van het Vierhouterbos. Dat zijn de vossen bij hun spel. Over tweeën is het, als eindelijk ons vliegtuig komt. Er klinkt een snel aanzwellend zwaar gebrom. Dat kan niet missen deze keer. Het middelste baken boort een lange witte straal door de nevel. Ook de rode bakens gaan aan en het seinbaken flikkert zijn codesein. Alle lichten concentreren zich op het punt waar het geluid vandaan komt. Laag komt het vliegtuig oversuizen. Nog een moment van intense spanning. Ja, hij draait bij en komt naar beneden precies over de bakenlijn denderen. Boven het middelste baken gaan voor een fractie van een seconde op de vleugeltoppen flauwe groene lichtjes aan. En donkere zwarte wolkjes vallen nu achteruit het vliegtuig. De parachutes met daar onder aan de containers. Voor ons is het steeds opnieuw een romantische sensatie en dat moet het ook wel zijn voor de vliegtuig bemanningen om daar achter het front, in de duistere diepte onder je de draaiende lampen te zien en kleine groepjes zwarte schaduwen. Vogelvrij verklaarden, die in de nevelige nachten dankbaar staan te wachten op wat nieuwe aanvoer waaraan zo'n bittere behoefte is. Het is nu zaak, goed uit te zien waar de containers zullen neerkomen. Ze zijn zwaar, heel zwaar, tot drie honderd kilogram toe. En ondanks het feit dat ze aan parachutes hangen en van rubber stootkussens zijn voorzien, slaan ze met een geweldige klap op de grond. Het zou hoogst ongezond zijn er één op je hoofd te krijgen. Twee containers gevuld met springstoffen, colt automatics, Besoeka-rockets, handgranaten en munitie slaan in de lucht tegen elkaar. Dat geeft een forse klap. De volgende morgen horen we van Van Beuningen, dat het tot op de villa, dat is op circa vier km afstand te horen is geweest. Ze vallen ongunstig, de containers. Met de wind zijn ze iets afgedreven en zo is een gedeelte neergekomen over de draad versperring. Het zal uiterst moeilijk zijn ze nog dezelfde nacht in de wagens te brengen. We bergen de kleurige parachutes en zullen met de containers wachten tot de volgende morgen. Bij het gat in het raster onder de watertoren verzamelen we. Als allen present zijn gaan we naar de hutten. Ieder krijgt een slok jenever uit een aluminium dopje. Zittend, hurkend en liggend proberen we nu nog wat te slapen. Karel, de onvermoeibare Fries, trekt eens aan zijn pijpje en praat nog wat: „Wat zou er nu met ons gebeuren als we bevrijd zijn?" „Ik denk,'" zegt Jen, „dat we een keertje voor Prins Bernhard zullen defileren en dan zullen we wel naar ons oude werk teruggaan." • De rest, voor zover deze nog niet op één oor ligt heeft dezelfde mening. Eigenlijk denkt niemand verder, niet over posities of nieuwe mogelijkheden. Er is maar één overheersende gedachte. „We moeten bevrijd worden van de mof. Anders is er nooit meer enige verbetering mogelijk!" Daarvoor wordt dag en nacht gewaagd en gewerkt, door de staf op Sprengenweg 14, door de daar aanwezige uit Engeland gezonden instructeurs en marconisten, door de sabotagegroepen, door de werkers op de velden en in de opslagplaatsen, door de distributeurs en de koeriersters. Zelden valt er een hard woord. Er wordt niet gekankerd en niet gevloekt. In de kernen van die ruwe bende heerst een kameraadschap en opofferingsgezindheid voor elkaar en voor de zaak waaraan we nu in deze warrelige tijden slechts terug denken met een gevoel van weemoed. Zeer vele van de oude kameraden zijn nu gevallen. Ze hebben welbewust hun leven gegeven voor een zaak die de inzet waard was. Om voor het Nederlandse volk de mogelijkheid te scheppen te kunnen werken aan een betere toekomst. We kunnen hun nooit betere eer bewijzen dan van deze mogelijkheid met onze gehele kracht gebruik te maken, door te werken aan opbouw en herstel. Later zal blijken dat vrijwel alle slachtoffers gevallen zijn door perfide verraad en vrijwel geen enkel door zelfstandige werkzaamheid of eigen ontdekkingen van de S.D. Hoe droef dit alles stemmen moet, het is voor ons toch een gelukkige geruststelling nu te weten dat dit verraad niet heeft geschuild in de eigen gelederen. De critici zeggen: „Men had voorzichtiger moeten zijn met de keuze van zijn medewerkers". En dat is juist. Maar hebben zij wel eens bedacht dat er gewerkt moest worden en wel op korten termijn. Het was uiterst moeilijk om in alle behoeften te voorzien, vervoer, opslagplaatsen, inlichtingen en huisvesting. Bovendien kon er geen tijd onnodig worden verspild. Het Geallieerde Hoofdkwartier had zijn plannen gezet op een doorbraak door Nederland naar de Westfaalse vlakte. Uit alle opdrachten, welke de Staf op Sprengenweg 14 ontving, bleek de urgentie. Zodoende was er geen tijd voor lange overwegingen. De kerngroepen moesten snel om zich heen grijpen en die mensen tot zich trekken, die de moed hadden, zich in te zetten. En dat waren er helaas niet velen Bij de ochtendschemering neemt de taak opnieuw een aanvang. De vrachtwagen wordt aan de rand van de heide tegen de bosrand gezet. Op een geïmproviseerde draagbaar worden daar de containers heen gedragen. Het is uiterst zwaar werk in dit moeilijke, ongelijke terrein. Bovendien valt er nu een gestadige dikke regen die ons nat maakt tot op de huid. We besluiten de wagen de heide te laten oprijden en de containers er dan heen te slepen. Makkelijk is dat niet, daar de heide vol zit met grote diepe kuilen. Rechts en links loopt nu iemand voor, om de wagen veilig tussen de kuilen door te loodsen. We laden container na container. Als er achttien in liggen is de wagen al op de grens van zijn capaciteit. „Hij rust al op zijn hulpveren," constateert Jen, de chauffeur, die de wagen van onderen opneemt. Het blijkt ons dat we ze zoo niet alle vierentwintig kunnen laden. Joop geeft order om de containers leeg te pakken en alleen de inhoud met de wagen mee te geven. Dat scheelt een stuk in het gewicht. De bussen zelf zijn uiterst zwaar, en vierentwintig containerbussen dat scheelt wel een halve ton. Zij zullen in de loop van de dag worden ondergespit. De inhoud is gevarieerd dit keer. We tellen ongeveer: honderdvijftig handmitrailleurs met munitie; vijfenzeventig handgranaten, twintig colt-automatics, wat Smith- and Wesson pistolen en een grote hoeveelheid explosiestoffen en ander sabotagemateriaal. De wagen wordt wel tot het uiterste beladen. Er is heel wat vakmanskunst voor nodig hem goed en wel uit de met kuilen bezaaide ongelijke heide weer op de brandweg te krijgen. Enfin, Jen, de vakman, lapt het hem natuurlijk. Hij is er dan ook kinderlijk verheugd over: „En wat zeggen jullie ervan? Ik ga direct na de bevrijding bij de Geallieerden vragen of ze nog belangstelling hebben voor een geroutineerd chauffeur." Nu worden de wapens nog eens nagezien en zij welke het transport zullen geleiden nemen hun plaats in. Twee naast de chauffeur, de rest achterin de wagen. Het dekzeil langs de achterkant van de truck wordt nu zoo neergelaten dat het ten allen tijde snel kan worden opgelicht. Daar achter zetten zich nu de mannen met de Stenguns in de aanslag en de handgranaten gereed. Het is maar beter dat de heren bezetters onderweg geen pogingen doen om de wagen aan te houden en op zijn inhoud te onderzoeken. Het zou voor een tiental of wat van hen onverwacht een uiterst ongezonde dag worden. Het parool bij deze grote transporten is altijd: „Rijden of schieten." Enfin, ook dit transport bereikt veilig de centrale opslagplaats van waaruit de distributie zal plaats hebben naar vele plaatsen in ons land en enige groepen binnen onze gemeente. Zo krijgt bezet Nederland weer enige troeven tegen de ondraaglijke terreur.

Bron: “Ik draag u op”

 

Gedropte container
Johan Middelbeek
Kuil waarin containers verborgen lagen
Noorderheide Invasiahut restanten
Noorderheide Invasiahut restanten
Noorderheide Invasiahut restanten
Noorderheide Invasiahut restanten
Noorderheide Invasiahut restanten
Gedropte containerBron: Evert Middelbeek    
1/8 
start stop bwd fwd


 





Het verhaal van dhr. D.G. van Beuningen over de oorlogsjaren.

Bron: Dit stuk komt uit het boek van Th. A. Boeree met titel "De Geschiedenis van het Verzet op de Veluwe". Het zijn ca. 6 boeken die onderdeel uitmaken van "De Kroniek van Ede". Boeree heeft deze boeken afgerond na de oorlog rond 1950. Ze zijn echter nooit gepubliceerd.

Zoals aangegeven was dhr. G.J. van Sloten plaatselijk commandant van de N.B.S. (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten). Voor de plaatselijke BS werden ook formele vergaderingen gehouden over den actuele toestand in en om het dorp. Als commandant had dhr. van Sloten dan ook regelmatig vergadering met de andere contactmannen der illegale raden, zoals dat toentertijd werd benoemd.

Onderstaand treft u een aantal verslagen, welke zijn opgetekend net na de bevrijding van Elspeet.

VERSLAG: 25 mei 1945 Vergadering van de contactmannen der illegale raden uit het disstrict van het militair gezag te Harderwijk.

De contactmannen (of plaatselijk commandanten) vertegenwoordigden echt fors gebied. Op onderstaande kaart staan de gebieden weergegeven welke plaatsen centraal vergaderden in Harderwijk.
IR gemeentenOverzicht leden der illegale raad te Harderwijk

Zie ook de verslagen van:

8 juni 1945 Vergadering van de contactmannen der illegale raden uit het disstrict van het militair gezag te Harderwijk.

2 juli 1945 Notulen van de vergadering van den illegalen Raad, te Elspeet

6 juli 1945 Verslag van de vergadering van den illegalen Raad van het District Harderwijk

16 juli 1945 Notulen van de vergadering van den illegalen Raad, te Elspeet

3 augustus 1945 Notulen van de vergadering gehouden met de adviesraad uit de illegaliteit in het district Harderwijk

Bron: dhr D. (Dick) Hooghordel

In Elspeet was dhr. G.J. van Sloten commandant voor de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Onderstaande bewijzen van goed gedrag en passeren 6 km grens zijn verleend door de commandant der N.B.S. te Elspeet dhr. G.J. van Sloten aan: Augusta Agnes Lucht, Johannes Trots, Wouter van der Lugt, Eugène Marie Gerard Luijkx, Cornelis Arie van Tol, D.H. Langevoort, Anna Helena  van Leersum en Cornelis Toek.
Augusta Agnes LuchtAugusta Agnes Lucht

Johannus TrotsJohannes Trots

Johannes TrotsJohannes Trots - verleend verlof 

Wouter van der LugtWouter van der Lugt

Eugene Marie Gerard LuijkxEugene Marie Gerard Luijkx

Cornelis Arie van TolCornelis Arie van Tol

D.H. LanevoortD.H. Langevoort

Anna Helena van LeersumAnna Helena van Leersum

Cornelis ToekCornelis Toek

Bron: D. (Dick) Hooghordel

Elspeet kende een groot aantal leden van de N.B.S. (meestal Binnenlandse Strijdkrachten genoemd).

Bij onderzoek in het Nationaal Archief zijn wij de volgende informatie tegengekomen:


Zuiverheidsverklaring dhr. A.C.J. Gerards

Gewest: 6

Ondertekende, Gerards Abram Cornelis Johannus, Vierhouterweg 50 Elspeet Groepscommandant verklaart, dat de navolgende onder zijn onmiddellijk commando staande, resp. aan hen toegevoegde leden der B.S. In politiek opzicht met betrekking tot hun houding ten aanzien van Duitschland en de N.S.B als volkomen betrouwbaar kunnen worden beschouwd en overigens een zodanig verleden hebben, dat zij waardig geacht kunnen worden deel uit te maken van de B.S., waartoe zij vóór 30 november 1944 zijn toegetreden.

A. Peters Hooge Duivel 1 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
C.A. Peters Hooge Duivel 1 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
W. Pul Boschrand 39 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
G. Bomhof Nunspeeterweg 95 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
E. Beek Nunspeeterweg 46 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
J. Huisman Stakenbergweg 163 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
R. Huisman Stakenbergweg 154 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
A. Stoffer Binnenweg 12 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.
E. Dijkgraaf Nachtegaalweg 20 Elspeet Soldaat 1-8 R.I.

Bron: Nationaal archief, opgave dhr. A.C.J. Gerards te Elspeet                  


Zuiverheidsverklaring dhr. G.J. van Sloten

Gewest: Veluwe

Ondertekende, G.J. Van Sloten Plaatselijk Commandant, Elspeet. verklaart, dat de navolgende onder zijn onmiddellijk commando staande, resp. aan hen toegevoegde leden der B.S. In politiek opzicht met betrekking tot hun houding ten aanzien van Duitschland en de N.S.B als volkomen betrouwbaar kunnen worden beschouwd en overigens een zodanig verleden hebben, dat zij waardig geacht kunnen worden deel uit te maken van de B.S., waartoe zij vóór 30 november 1944 zijn toegetreden.

Ria Nicaise Staverdenseweg 25 Elspeet Typiste
C. Pluim Heetkamp 22 Elspeet Wacht Commandant
A. Pluim Vierhouterweg 48 Elspeet Lid Stoottroep
M. de Bruin Veenweg 160 Elspeet Lid Stoottroep
C. Spijkerboer Uddelerweg 3 Elspeet Lid Bewakingstroep
G. Bomhof Nunspeeterweg 95 Elspeet Hulp Politie
H v.d Hoorn Uddelerweg 20 Elspeet Politie

Bron: Nationaal archief, opgave dhr. G.J. van Sloten te Elspeet


Volgens de documentatie in het Nationaal Archief (inv. Nr: 2019) was het leden aantal van de BS op een sterkte van 51.

Onderstaand staat in de tabel weergegeven welke personen allemaal lid zijn geweest van de Binnenslandse Strijdkrachten.

Voornaam Naam Geh. Ongehuw. Kinderen Straat nr Woonplaats Functie Datum in dienst
Rik van Asselt Ongeh. / Kostwinner 0 Heetkamp 20 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerrit van Asselt Ongeh. 0 Bosrand 101 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Eibert Bomhof Ongeh. 0 Bosrand 25 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Klaas Bomhof Ongeh. / Kostwinner 0 Bosrand 25 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerhardus Bomhof Ongeh. 0 Nunspeterweg 95 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerrit bomhof Ongeh. 0 Nunspeterweg 95 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerrit de Bruin Ongeh. 0 Veenweg 160 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Albert de Bruin Ongeh. 0 Veenweg 160 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Maas de Bruin Ongeh. 0 Veenweg 160 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerrit van de Brug Geh. 4 Vierhouterweg 65 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Evert Bronkhorst Geh. 1 Staverdenseweg 1 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Evert Beek Geh. 1 Nunspeterweg 46 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Jaap Bleijenberg Geh. 3 Nachtegaalweg 20 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Elbert Dijkgraaf Ongeh. 0 Stakenbergweg 51 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Taeke Drenth geh. 1 Apeldoornseweg 3? Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Abraham Gerards geh. 3 Vierhouterweg 50 Elspeet Groepscomm. N.B.S. 18-04-45
Johannus Huisman geh. 0 Stakenbergweg 163 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Rijer Huisman ongeh. 0 Stakenbergweg 157 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerrit Jan Henken geh. 1 Apeldoornseweg 8? Elspeet Groepscomm. N.B.S. 18-04-45
Maria Hensen ongeh. 0 Vierhouterweg Elspeet Lid Kokkin 18-04-45
Hendrikus van de Hoorn geh. 2 Uddelerweg 20 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Jan K. van de Horst geh. 1 Apeldoornseweg Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Barend Koring geh. 2 Nunspeterweg 81 Elspeet Stoottroepcomm. 18-04-45
J.D.C. Kassenaar geh. 2 Vierhouterweg 37 Elspeet plv. Comm. N.B.S. 18-04-45
Andries B. Kruithof geh. 1 Staverdenseweg 11 Elspeet Administrateur 18-04-45
Gerhardus Kroes geh. 1 Uddelerweg 18 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Rijer Kleijer ongeh. 0 Stakenbergweg 163 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Pieter J. Ds. Lamens-Boer geh. 3 Nunspeterweg 4 Elspeet in alg. dienst 18-04-45
Jan Mulder Ongeh. / Kostwinner 0 Stakenbergweg 96 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerhardus Mulder ongeh. 0 Maatweg 17 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Bart Mulder geh. 3 Apeldoornseweg 16 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Maria Nicaise ongeh. 0 Staverdenseweg 25 Elspeet Secretaresse 18-04-45
Aalt Pluim geh. 3 Vierhouterweg 48 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Chris Pluim geh. 3 Heetkamp 22 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Andries Peters ongeh. 0 Hoge Duivel 1 Apeldoorn Commandant bewak. 18-04-45
Cornelis A. Peters Ongeh. / Kostwinner 0 Hoge Duivel 1 Apeldoorn Lid N.B.S. 18-04-45
Wouter Pul ongeh. 0 Bosrand 39 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Johannus Pluim ongeh. 0 Heetkamp 22 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerrit Pul ongeh. 0 Vierhouterweg 92 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerrit J. van Sloten geh. 0 Nunspeterweg 25 Elspeet Pl. Comm. 18-04-45
Gerrit v. 't Slot Ongeh. / Kostwinner 0 Staverdenseweg 71 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Tijmen van de Steeg geh. 2 Binnenweg 14 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Chris Spijkerboer geh. 1 Uddelerweg 3 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Arie Stoffer ongeh. 0 Binnenweg 12 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Cornelis van de Steeg geh. 1 Stakenbergweg 197 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Kees Stoffer ongeh. 0 Binnenweg 12 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Kees de Ruiter geh. 1 Nachtegaalweg 5? Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Jan Verschoor ongeh. 0 't Roode Koper Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Gerbrand de Weerd geh. 3 Uddelerweg 15 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Martinus Westerbroek geh. 0 Binnenweg 24 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45
Cornelis Wendt geh. 2 Uddelerweg 20 Elspeet Lid N.B.S. 18-04-45

huize den oldenhofIn april 1945 was in dit huis het bureau van de Binnenlandse Strijdkrachten gevestigd, waarvan meester G.J. van Sloten commandant was. Bron: Elspeet in oude ansichten, auteurs J. Pluim en L. Vogelaar

CERTIFICAAT

Voor de familie van Sloten is een boom geplant in Israel namelijk in het Westerweel woud. Dit door de Joodse fam Stibbe uit Zwolle, welke tijdens de oorlog ondergedoken hebben gezeten bij de familie Beek aan de Sluiterweg te Elspeet. Onderstaand het certificaat welke hiervoor is uitgereikt. Op de rand staat de tekst: "De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, hij zal wassen als een cederboom op Libanon" (Psalm 92 vers 13)

Certificaat Westerweel woudBron: D. Hooghordel - Certificaat Westerweel woud

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De toedracht van de moord op verzetsstrijder Dhr. H. Blankenberg

Hans BlankenbergFoto: gedenkboek Delftsche studenten en docentenOp zaterdagavond, 10 september, omstreeks kwart voor elf, deelde de SD uit Arnhem telefonisch aan de Edese politie mede, dat door leden van hun dienst iemand was doodgeschoten op de Rijksweg bij De Klomp. De twee politiemannen, die van vanuit Ede op onderzoek uitgestuurd werden, vonden inderdaad ter hoogte van het kerkhof van Ederveen, in de linkerwegberm, het lichaam van een jonge man. Voor zover zij ter plaatse vast konden stellen was hij door twee kogels in het hoofd getroffen; zijn identiteit kon niet worden vastgesteld, daar hans-resBron: G. Mulder ©     er geen papieren op het lichaam werden gevonden. Het stoffelijk overschot werd vervolgens, in samenwerking met de politie van Ederveen, overgebracht naar de begraafplaats aldaar, waar het enige dagen later ook werd begraven.Toen dr. A.G. Vis uit De Klomp op de veertiende de lijkschouwing verrichtte, constateerde hij schotwonden in de rechteronderarm, de linkerschouder, het linker-jukbeen, de linker-slaap, het achterhoofd, in de borst, in de linkerzijde van de hals en één ter hoogte van de zevende nekwervel. Bovendien vertoonde het lijk nog een circa vijf centimeter lange schedelwond. Eerst in juli 1945 kon worden vastgesteld, dat de op zo’n beestachtige wijze vermoorde jongeman de drieëntwintigjarige Delftse student Hans Blankenberg was, die voor de Centrale Koeriersdienst (dat was een onderdeel van de inlichtingengroep “Albrecht”) de verbinding tussen Utrecht en Amersfoort onderhield. Hij was op die bewuste dag in Scherpenzeel aangehouden door enige leden van een Nederlands-Duitse SS-formatie, de “Landstorm Nederland”, waarbij bleek, dat hij in het bezit was van een vals persoonsbewijs. Een nader onderzoek bracht vervolgens de documenten die hij vervoerde aan het licht, waarop de SS-ers hem meenamen naar het gemeentehuis van Scherpenzeel, waar ze de SD in Arnhem waarschuwden. Onmiddellijk gingen twee mannen per auto op weg, die drie kwartier later in Scherpenzeel arriveerden. Eerst trachtten ze de gevangene ter plaatse te verhoren, doch toen deze, óók na de nodige mishandelingen, bleef zwijgen, gooiden ze hem in de auto en gingen weer op weg naar Arnhem. Hans Blankenberg heeft die stad nooit bereikt, want om één of andere reden besloten de beide SD-ers ergens tussen Scherpenzeel en De Klomp zich van hem te ontdoen. Ze schoten hem dus op de hiervoor beschreven welhaast waanzinnige wijze dood en gooiden het lijk bij Ederveen uit de auto, waarna ze hun weg vervolgden. Het stoffelijk overschot van Hans werd op 22 augustus 1945 overgebracht naar Elspeet en daar met militaire eer opnieuw begraven.

Onderstaand het bericht dat destijds door de lokale N.B.S. uit Elspeet is verspreid.

Rouwkaartje-NBS-resBron: G. Mulder ©

 

lage-hof-resHuis "De Lage Hof" Bron: G. Mulder ©

Herbegrafenis verzetstrijder Hans BlankenbergHerbegrafenis verzetstrijder Hans Blankenberg. Foto: G.M. Mulder ©

Hans Blankenberg

Bron tekst: boek “Ede 1940 – 1945” V. Lagerwij & G.H. Plekkinga

 

Er is ook een boek over Hans Blankenberg geschreven door dhr. G. Mulder.

boek

Elspeet, Baken van VerzetElspeet, Baken van VerzetHoe de Tweede Wereldoorlog in Elspeet verliep, is te lezen in de uitgave ‘Elspeet, Baken van verzet.’ Jeanne Dijkstra schetst in deze uitgave een indringend beeld van de oorlog in en om Elspeet. Door middel van interviews met Elspeters en andere Veluwenaren, komen nieuwe feiten over de pilotenlijn op de Veluwe en de rol die het dorp Elspeet vervulde, aan het licht.

In Elspeetweten aanvankelijk maar weinig bewoners wat zich afspeelt in de buitenwereld en in de  vernietigingskampen. Toch zitten de Duitsers overal om hen heen: in de Feytahof, het Refugium, het Ronde Huis, de Stakenberg, kasteel Staverden, in de pastorie en in de woonhuizen die de bezetter gevorderd heeft. 

Ondergronds gebeurt er veel. Onder leiding van meester van Sloten, zetten dochter Jet van Sloten, Hans Blankenberg en andere dappere verzetsmensen zich in voor Joden en andere onderduikers.

Vlak na operatie ‘Market Garden’, de grootste geallieerde luchtlandingsactie uit de militaire geschiedenis, die op zondag 17 september 1944 begon, werd op de Veluwe een pilotenorganisatie opgericht (PTO) onder leiding van de Britse geheim agent (MI9) Dick Kragt (Frans Hals) en de Joodse onderduiker Joop Piller (Joop van Amstel). Bij deze pilotenlijn sloten zich ook Dirk van Eysinga (Dirk Bussink) uit Elspeet en dr. Joop Kruimel (Oom Joop) uit Garderen aan. Samen wisten ze veel gestrande piloten en parachutisten aan schuilplaatsen te helpen en hen naar bevrijde gebieden te brengen.

De meeste inwoners van Garderen kennen de naam van dr. Kruimel. Johannes Petrus Kruimel liet na zijn dood, op 23 mei 1976, een grote som geld na, met als doel dit te besteden aan woningen voor de ouderen van Garderen. Weinigen weten slechts dat dr. Kruimel zich in de Tweede Wereldoorlog bezig hield met het verzet via de pilotenlijn. Kruimel werd wegens betoonde moed op 12 maart 1947 onderscheiden met de Medal of Freedom, een zeer hoge Amerikaanse onderscheiding.

Ook Dirk van Eysinga, die tijdens de oorlog bij zijn tante Ima van Eysinga op Sterrehoveke aan de Krommesteeg in Elspeet woonde, heeft zich zeer heldhaftig gedragen. Samen met dokter Kruimel en Huib de Jongh verborg hij, met medeweten van zijn tante, niet alleen wapens op Sterrehoveke, maar ook onderduikers, piloten, parachutisten en ontsnapte doktoren. Na de oorlog zou Dirk van Eysinga ambassadeur van Roemenië worden. Hij is op 63-jarige leeftijd gestorven. De jongste broer van wijlen Dirk van Eysinga, emeritus-predikant Cornelis van Eysinga uit St.Nicolaasga vertelt in dit nieuwe boek over zijn broer en de pilotenlijn.

Veel meer feiten en gebeurtenissen over de pilotenlijn, waarin Elspeet een grote rol speelt, staan te lezen in deze uitgave.

Elspeet, baken van verzet
Nieuwe feiten over de pilotenlijn op de Veluwe

Auteur: Jeanne Dijkstra
Prijs: € 18,50
Aantal pagina's: 164
ISBN: 9789087881771

Regioboek/Koninklijke BDU Uitgevers B.V.

Vanaf 1 april 1942 werd er door de RAF bijgevoegd boekje met titel de Wervelwind overspreidt (afgeworpen) boven Nederland om het verzet tegen de Duitsers te stimuleren. Hieronder zijn de omslag en de eerste twee bladzijden van de eerste uitgave, uitgave nr. 1 van April 1942 weergegeven. Let ook op de geplaatste oproep om zodra gelezen het boekje door te geven! Volgens sommigen is er ook boven Elspeet anti Duits propaganda materiaal afgeworpen. Of daar nog iets van bewaard is gebleven weten we niet, het zou ons niet verbazen dat er vroeg of laat nog iets te voorschijn komt.  Mocht u in het bezit zijn van zo'n boekje laat het ons weten.

1

2

3

AdelaarsboomAdelaarsboom te StaverdenDe "Adelaarsboom" te staverden. Deze boom staat tegenover het kasteel Staverden plus minus 500 het bos in. In deze boom is in de oorlog 1940-1945 een adelaar door de duitsers ingesneden. Twee veluwse jongens hebben er toen de tekst "Boven Oranje" erboven geschreven. Nu ruim 65 jaar later is dit nog steeds zichtbaar in de boom. Alhoewel de boom er qua conditie sterk op achteruit gaat. Hopelijk staat deze nog jaren als zijnde een levend monument uit de WO2.

Wie is online?

We hebben 71 gasten en geen leden online