user_mobilelogo

J.H. WeggelaarJ.H. WeggelaarHet is een gelukkige gedachte geweest van de kunstschilder Jaap Hiddink om tijdens de periode dat hij wethouder is van de gemeente Ermelo, waaronder toen Nunspeet, Elspeet, Hulshorst en Vierhouten ressorteren, en culturele zaken onder zijn beheer heeft, het College van B. en W. voor te stellen in Nunspeet een passend kunstwerk te plaatsen, dat vervaardigd moet worden door een kunstenaar, die inwoner van de gemeente is. Hiddink stelt omstreeks 1967 voor de opdracht te verstrekken aan de weinig bekende kunstschilder, beeldhouwer en pottenbakker Johan Hendrik Weggelaar, die al bijna twintig jaar in een tussen veel bomen verscholen boerderij met een perceel grond aan de Maatweg 6 te Elspeet woont en werkt. Het is zo ongeveer de omgeving, waar de bekende Rotterdamse journalist en schrijver M.J. Brusse (1873-1941) met zijn gezin jaarlijks zijn vakanties doorbrengt, ver voor Weggelaar naar Elspeet komt. Brusse schrijft over Elspeet en zijn vakantiehuisje met tuin als "het boschomzoomde bewoonde eilandje in de Veluwsche heide" (Tussen de menschen, vier delen, 1924). In een in 1994 uitgezonden televisieprogramma hebben de vier `beroemde' zonen van Brusse nog eens verteld, hoe intens gelukkig ze in hun jeugd in dat `boschomzoomde eilandje' in Elspeet zijn geweest! Niet minder gelukkig is daar sinds 1947 de in de Amsterdamse Jordaan geboren en opgegroeide Henk Weggelaar (geboren 9 februari 1908) met zijn vrouw Johanna Wilhelmina Herkhof (op 8 oktober 1911 geboren te Schoonhoven) en hun zoontje Cornelis (op 2 mei 1944 geboren te Zeist). De zoon is inmiddels een bekend psycholoog en schrijver van wetenschappelijke boeken over `woordblindheid'.
Henk Weggelaar vindt in Elspeet de vrijheid om er veelzijdig creatief bezig te zijn. Hij is als kunstenaar landelijk niet bekend. Wel staat Weggelaar vermeld in Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse Beeldende kunstenaars 1750-1950, deel II (M-Z), maar die vermelding is geen 'norm' voor bekendheid of kwaliteit van werken. Collega Hiddink waardeert hem, en heeft hem via 'de opdracht' van de gemeente Ermelo enige bekendheid gegeven. Niet dat Weggelaar die zoekt, hij is een tevreden mens, die door ijver en aangeboren creativiteit zijn vele liefhebberijen tot een complete levensvervulling heeft gemaakt. Natuurlijk aanvaardt Weggelaar de opdracht van het gemeentebestuur van Ermelo. Hij maakt een miniatuurontwerp van een ruigharig wild zwijn. Een goede keus! Welk 'oer'-dier symboliseert meer het Veluwse landschap dan het wild zwijn? Het ruigharig wild zwijn wordt op ware grootte door Weggelaar in beton uitgevoerd, en wordt omstreeks 1967 op het dan nog lege Stationsplein te Nunspeet geplaatst. Het staat daar nu al meer dan vijfentwintig jaar. Oorspronkelijk is die standplaats een goede keus; het kunstwerk staat in de nabijheid van het drukke station en op de grens van de bossen en het dorp Nunspeet. Heden ten dage is het beeld een anachronisme, weggewerkt achter wat struiken op de hoek van het plein, dat inmiddels parkeerruimte biedt aan de `blinkende heilige koeien' van inwoners en vakantiegangers in Nunspeet. Misschien wil het gemeentebestuur van Nunspeet eens overwegen hun `zwijn' te `verjagen' naar een bij het dier passende natuurlijke omgeving. In elk geval Weg van de snelweg'!
Een gemeente als Zeewolde weet wat dieren toekomt. Zij sluit de Knardijk of tijdens de jaarlijkse `paddentrek'! Tien jaar na de plaatsing van het ruigharig wild zwijn op het Stationsplein schrijft de kunstcriticus Bas Roodnat in de rubriek Kunst op straat in NRC-Handelsblad (1977) een prachtige recensie over Weggelaars kunstwerk.
'Ruigharig wild zwijn' in Nunspeet Op de hoek van de parkeerplaats van het Stationsplein in het Gelderse Nunspeet staat een wild zwijn. Het beest is ongeveer levensgroot en van beton, inderdaad een materiaal dat met zijn bonkige robuustheid bij deze ruigharige bulldozers van de Veluwe behoort. Het Nunspeetse zwijn is nog iets gedrongener en zwaarder gebouwd dan de levende exemplaren. Het lijkt daardoor meer op een wild zwijn dan een echt wild zwijn kan doen."
Weggelaar heeft volgens Roodnat eigenlijk een soort 'super-wild-zwijn' vervaardigd. Een betere kritiek heeft Weggelaar zich niet kunnen wensen! Wethouder Hiddink heeft later een nieuwe opdracht voor Weggelaar. Ik citeer opnieuw Bas Roodnat:
"De wethouder kwam opnieuw bij Weggelaar, toen Ermelo en Nunspeet gemeentelijk werden gesplitst (1972) . Of hij nu ook iets voor Ermelo kon maken. Dat kon: een uit volle borst zingend meisje, zittend op een steen. Een mooi beeldje."
Het ruigharig wild zwijn is wat uitvoerig besproken, omdat er over ander werk van Weggelaar weinig te schrijven valt. Dat is er gewoon niet meer!
Afkomst en opleiding. Het is niet zo verwonderlijk dat Weggelaar zich zo goed in hout kan uitleven; hij is een kleinzoon van Willem Weggelaar, die in Amsterdam een tafelmakerswerkplaats bij zijn woning aan de Lindegracht 184 heeft. Deze Willem Weggelaar heeft nog een kleine rol gespeeld in het Palingoproer van juli 1886. Op 2 september 1908 wordt Johan Hendrik (Henk) Weggelaar in Amsterdam in de Willemsstraat 184 geboren. Zijn vader is ook tafelmaker. Reeds als klein kind snijdt Henk tussen de houtkrullen van de timmermanswerkplaats zijn eerste poppetjes uit hout! Weggelaar zegt nu: "De Weggelaars waren ondernemende mensen". Zijn grootvader en vader weten ondanks de moeilijke tijdsomstandigheden de meubelmakerij draaiende te houden. Henk Weggelaar gaat het timmermansvak in, maar volgt al spoedig de lessen aan de Industrieschool te Amsterdam en behaalt het MTS-diploma bouwkunde. Hij wordt bouwkundig tekenaar en later opzichter. Tussen de studies en het werk door neemt hij schilder- en tekenlessen bij A. Hemelman en A.P. Hahn jr. te Amsterdam.
Echtpaar H. Weggelaar, anno 1956Echtpaar H. Weggelaar, anno 1956 bij Jeugdherberg “de Korenbloem”Henk Weggelaar trouwt met Johanna Wilhelmina Herkhof, en werkt achtereenvolgens in Blaricum en Zeist. Het opzichterschap in de bouw bevalt hem niet. Na de oorlog is er weinig materiaal voor de bouw, dat geeft nogal wat ergernissen; Henk Weggelaar verlangt ernaar `vrij kunstenaar' te zijn. Op 4 juni 1947 verlaat Henk Weggelaar met vrouw en kind de gemeente Zeist en vestigt zich in Elspeet op het adres Maatweg 6. Van hieruit ontplooit hij een veelheid aan artistieke activiteiten. Weggelaar geeft, eigenlijk als hobby, lessen in handenarbeid. Soms wordt hem als lesgever naar zijn 'papieren' (bevoegdheden) gevraagd. Die heeft hij niet. Om van dat gezeur of te zijn gaat hij in Middeloo in Amersfoort studeren voor de akte M.O.- Handenarbeid. Na vier jaar avondlessen behaalt hij de akte. Omdat hij nu volledig bevoegd is voor dit vak, wordt hij onder andere aangezocht als Rijksgecommiteerde bij Kweekschoolexamens en om zitting te nemen in de Examencommissies voor het Staatsexamen L.O.-Handenarbeid.
In Elspeet Weggelaar groeit in Elspeet uit tot een veelzijdig 'ambachtsman'; hij is beeldhouwer, pottenbakker, gitaarbouwer, lesgever en les 'nemer'. 's Zomers is zijn boerderij een kampeerboerderij. Hij ontvangt jarenlang groepen scholieren of andere jongeren met hun begeleiders. Daar hebben Weggelaar en zijn vrouw in de zomermaanden een complete dagtaak aan. Weggelaar demonstreert voor de jeugd de draaischijf (zie foto hieronder) en andere creatieve vaardigheden. Wie treurt er dan nog om dat er geen dure Weggelaars in de kunsthandel te koop zijn? Niemand. Hijzelf ook niet, want hij heeft de diepe bevrediging dat hij de opgroeiende mens iets van 'creatief-geluk' kan meegeven.
Weggelaar geeft cursusJ.H. Weggelaar geeft uitleg aan scholierenIn de wintermaanden geeft Weggelaar cursussen aan militairen in de militaire tehuizen tussen Elspeet en Nunspeet en geeft hij lessen aan verenigingen en amateurs. Hij werkt wel samen met de schilder Frans Huysmans uit Nunspeet (`De Scheen' schrijft dat hij les ontvangt in schilderen van Frans Huysmans) en met Willem Stuurman, die van december 1941 tot december 1945 in Putten directeur is van pottenbakkerij Het Kruikje. Een bijzondere specialiteit van Weggelaar is het bouwen van gitaren en het lesgeven in gitaarbouw. Weggelaar verkoopt veel werk vanuit zijn huis, aan vakantiegangers en andere bezoekers. Hij heeft in zijn lange leven misschien drie of vier keer geexposeerd. Hij is enige tijd lid geweest van het Nunspeets Kunstenaars Genootschap. Collega's willen wel reclame voor hem maken door zijn werk in hun exposities op to nemen, maar Weggelaar voelt er niet veel voor, alles wat hij maakt gaat toch weg.
Weggelaar is inmiddels tegen de negentig. Hij zegt: "Ja, ik leef eigenlijk of ik het eeuwige leven heb ...". De verkoop gaat nog mondjesmaat door. Ik koop tenminste voor mijn stadstuin twee rood gebakken slanke tuinvazen. Als ik afscheid neem, zie ik op de keukentafel een koektrommeltje van Smits' banketbakkerij uit Nunspeet met op het deksel een afbeelding van het Ruigharig wild zwijn van Henk Weggelaar. Misschien zal het trommeltje ooit op een rommelmarkt terechtkomen; zo zal dan het wild zwijn van Weggelaar blijven ronddolen.

Code civil:
Gij kunt mijn naam doen schrappen uit de burgerlijke stand. Al wat aan mij herinnert zij vergeten en verbrand. Wanneer dit lied u nog bereikt, verneem het enkel als wind en eeuwigheid, een bloem in uwe hand. Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten. (Em. Querido's Uitgeverij B.V. Amsterdam, 1979.)

Bron: Kunstenaars op de Veluwe 1880 – 1980 door K. Roodenburg

Wie is online?

We hebben 39 gasten en geen leden online